Bestemmingsplannen komen tot stand na zorgvuldige belangenafwegingen. Behalve ruimtelijke belangen ook milieubelangen in ruime zin, economische belangen, natuurbelangen, waterstaatkundige en cultuurhistorische belangen. Soms dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan de normen uit een sectorale milieuregeling (de Wet geluidhinder, de Wet luchtkwaliteit e.d.) in acht genomen worden. In andere gevallen vindt toetsing aan regelgeving op indirecte wijze plaats, doordat planopsteller moet aantonen dat de in het plan vastgelegde projecten ook werkelijk zullen kunnen worden gerealiseerd. Een bestemmingsplan dient immers te voldoen aan de uitvoerbaarheidseis: de schaarste aan ruimte in Nederland laat niet toe, dat plannen worden gelanceerd waarvan niet redelijk zeker is, dat ze binnen de looptijd van het plan (tien jaar) ook zullen kunnen worden gerealiseerd. Als gevolg van de uitvoerbaarheidseis kan de beoordeling van nieuwe plannen onderzoek noodzakelijk maken naar de vraag of geplande projecten vergund zullen kunnen worden onder de Natuurbeschermingswet en de Flora- en Faunawet.
Om met succes planvorming te sturen en beïnvloeden (of rechtsmiddelen aan te wenden tegen bestemmingsplannen en bouwplannen) is inzicht nodig in de vele verbindingen van de ruimtelijke plannen met uiteenlopende rechtsgebieden. Plus de ervaring, specialistische kennis en oog voor de actualiteit, die bij Smithuijsen Winters & De Vries ruimschoots voorhanden zijn.