Een vestiging van gemeentelijk voorkeursrecht (Wvg) op een grond leidt ertoe dat de eigenaar of eigenaren daarvan, evenals beperkt gerechtigden, niet meer vrijelijk over de betreffende grond kunnen beschikken. De grond moet in eerste instantie aan de gemeente te koop worden aangeboden.
Onze advocaten behandelen zaken rond vraagstukken als: wanneer mag een gemeente voorkeursrechten vestigen? Hoe verhoudt het gemeentelijk voorkeursrecht zich tot procedures op grond van de Wet RO? Zijn er uitzonderingen op de regel dat eigenaren de grond altijd in eerste instantie aan de gemeente moeten aanbieden? Wat moeter gebeuren indien betrokkenen het niet eens zijn over de grondprijs?