Aansprakelijkheid bestuurder wegens te lang voortzetten activiteiten

Dit artikel is geschreven aan de hand van twee recente arresten van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In beide gevallen zijn de vorderingen van de curatoren in eerste aanleg door de rechtbank afgewezen. In hoger beroep oordeelt het hof in het ene geval dat het bestuur van een B.V. aansprakelijk is omdat er te lang is doorgegaan met de activiteiten terwijl er verlies werd gemaakt (ECLI:NL:GHARL:2020:3188). In het andere geval oordeelt het hof dat er geen sprake is van aansprakelijkheid van het bestuur wegens het te lang voortzetten van het bedrijf (ECLI:NLGHARL:2020:3187).

Achtergrond

De B.V.’s waar het om gaat, zijn onderdeel van dezelfde groep vennootschappen in de bouwsector die verschillende activiteiten verrichten. Tot 2010 was één van die B.V.’s (ACD) winstgevend maar als gevolg van de crisis in de bouw werd er vanaf 2010 verlies gemaakt. Het faillissement is vervolgens op 30 mei 2012 uitgesproken. De curator van ACD stelt dat het bestuur eerder het faillissement had behoren aan te vragen. De curator stelt het bestuur om die reden aansprakelijk.

In grote lijnen geldt voor de andere B.V. (Metamo) hetzelfde, maar deze heeft pas in 2014 het faillissement aangevraagd en leed al langer verlies.

Gerechtshof

Het hof oordeelt dat het bestuur van ACD niet aansprakelijk is. Er was zicht op herstel van de onderneming en niemand wist op dat moment hoe lang de bouwcrisis zou gaan duren. Er is gereorganiseerd en er zijn overige maatregelen genomen. Niet alles is goed gegaan en de maatregelen hebben niet tot het beoogde resultaat geleid. Echter, het bestuur heeft de ontwikkelingen ook niet geheel op hun beloop gelaten en de activiteiten tegen beter weten in gecontinueerd. Aansprakelijkheid van het bestuur van ACD wordt niet aangenomen en ook in hoger beroep wordt de vordering van de curator afgewezen.

Het bestuur van Metamo wordt door het hof wel aansprakelijk geacht. Het bestuur wordt verweten dat zij na het melden van betalingsonmacht bij de fiscus en het opzeggen van het krediet door de bank in juni 2012 te lang is doorgegaan. Het bestuur had het faillissement eerder behoren aan te vragen en niet pas in 2014.

Zoals in ieder geschil met betrekking tot bestuurdersaansprakelijkheid geldt dat alle omstandigheden van geval in aanmerking genomen moeten worden. Eén van de opvallende verschillen tussen Metamo en ACD is dat voor ACD korter na het melden van betalingsonmacht het faillissement is aangevraagd en dat het bestuur de onderneming vanaf dat moment korter heeft voortgezet dan in het geval van Metamo.

Het verweer van het bestuur van Metamo dat er in de periode na de melding betalingsonmacht getracht is de onderneming te verkopen en dat er nieuwe opdrachten te verwachten waren, acht het hof onvoldoende onderbouwd. De aansprakelijkheid van het bestuur jegens de gezamenlijke crediteuren van Metamo wordt aangenomen. De curator krijgt van het hof de gelegenheid om de door de gezamenlijke crediteuren geleden schade nader te onderbouwen.

Vraagt u zich af of het nog geoorloofd is om uw onderneming voort te zetten? Vraag het aan Sebastiaan van Leeuwen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Sebastiaan van Leeuwen
Advocaat
Expertises: Ondernemingsrecht, Insolventierecht