Bestuurders veroordeeld tot betaling van 5 miljoen euro

FanoFineFood is een fabriek voor salades, sauzen en broodjes. De bestuurders presenteren de cijfers over 2002. Na een accountantscontrole en een vervolgonderzoek blijkt dat er een verkeerd beeld is gegeven van het verlies dat is geleden. Niet lang daarna gaat FanoFineFood failliet. De curator spreekt de bestuurders onder andere aan wegens onbehoorlijk bestuur. Het hof geeft de curator gelijk en veroordeelt de bestuurders tot betaling van maar liefst EUR 5.000.000,- (Hof Arnhem-Leeuwarden 11 augustus 2015 ECLI:NL:GHARL:2015:6002).

Geen betrouwbare informatie over de financiële positie

De bestuurders wordt verweten dat de boekhouding niet deugt. De rechten en verplichtingen van FanoFineFood blijken niet uit de administratie. Dit komt omdat er o.a. geen ‘hard closings’ zijn uitgevoerd (overall aansluiting met financiële administratie), dat de trends ten aanzien van de kostenstijging bekend waren, maar dat geen aanpassing van de forecast voor het lopende jaar werd gemaakt en dat de bestuurders de zaken te rooskleurig hebben voorgesteld en middels kasrondjes en fictieve facturen de omzet hebben geflatteerd. Kort en goed: volgens het hof konden er geen beslissingen genomen worden op basis van betrouwbare informatie over de financiële positie van FanoFineFood.

Bestuurders miskennen hun eigen verantwoordelijkheid

De bestuurders proberen zich te redden door andere belangrijke oorzaken van het faillissement aan te voeren die buiten hun schuld liggen. Dit had hen kunnen redden, maar het hof oordeelt anders. De bestuurders miskennen hun eigen verantwoordelijkheid met hun verweren en de aangevoerde omstandigheden. De bestuurders zijn zelf een zware bankfinanciering aangegaan. Zij moeten als bestuurders het belang van de vennootschap en de daarmee verbonden onderneming dienen en hebben dit niet gedaan. De aandeelhouders zijn belangrijk, kunnen aanwijzingen geven en eventueel bestuurders ontslaan, maar bestuurders zijn geen marionet van de aandeelhouder. Het opstellen van groeidoelstellingen valt onder het algemeen beleid en de strategie en is daarmee de verantwoordelijkheid van de bestuurders. De gestelde verslechtering van de markt is volgens het hof niet of nauwelijks onderbouwd. Dat er een overname is mislukt is eveneens niet voldoende, nu de bestuurders daarbij geen due diligence hebben uitgevoerd en er geen zekerheden zijn gevraagd voor de afgegeven balansgaranties. De tegenvallers zijn bovendien niet gemeld maar juist aan het zicht onttrokken.

Wordt u geconfronteerd met bestuurdersaansprakelijkheid of heeft u daar vragen over? Vraag het aan Sebastiaan van Leeuwen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Sebastiaan van Leeuwen
Advocaat
Expertises: Ondernemingsrecht, Insolventierecht