Bewaren van openbare orde bij drugshandel op straat

Wie is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom?

In een recente uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State helderheid gegeven over welk bestuursorgaan bevoegd is als tussen de constatering van een overtreding en het opleggen van de last onder dwangsom sprake is van tijdsverloop.

Last onder dwangsom

Er was drugshandel op straat geconstateerd. Ondanks deze constatering is aan de persoon die handelde in drugs niet onmiddellijk een last onder dwangsom opgelegd, maar werd pas enkele maanden nadat de constatering plaatsvond een last onder dwangsom opgelegd. De vraag die de Afdeling daarom diende te beantwoorden was of, door het tijdsverloop, er nog wel sprake was van feitelijk herstel van de openbare orde. Met het feitelijk herstellen van de openbare orde is gelet op artikel 172, eerste lid, van de Gemeentewet uitsluitend de burgemeester belast. Indien er geen sprake is van herstel van de openbare orde is het college van burgemeester en wethouders het bevoegde orgaan voor het opleggen van een dergelijke last onder dwangsom.

In eerdere uitspraken oordeelde de Afdeling verschillend. In de uitspraak van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1117, oordeelde de Afdeling dat de burgemeester bevoegd was en in de uitspraak van 25 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:327,4 oordeelde de Afdeling juist dat het college het bevoegde bestuursorgaan was. Er was in dat laatste geval sprake van het vervoer van inbrekerswerktuig, waarbij er weken later een last onder dwangsom werd opgelegd.

Handhaving openbare orde kan ook na tijdsverloop

In deze recente uitspraak geeft de Afdeling duidelijkheid. De Afdeling overweegt nu: “In dit geval is het doel van de maatregel wel het herstellen en bewaren van de openbare orde. Uit de overgelegde krantenartikelen blijkt dat er al een jarenlang probleem is van drugsgebruikers die rondhangen in het Burgemeester In ‘t Veldpark. Het postvatten op de weg met het kennelijke doel om drugs te verhandelen is, anders dan het rondrijden met inbrekerswerktuigen, zichtbaar voor omstanders. Het effect op de openbare orde is bovendien groot, omdat het verhandelen van drugs een strafbaar feit is. Dat maakt dat het ook na een tijdsverloop van drie maanden nog steeds gaat om de feitelijke handhaving van de openbare orde.”.

Conclusie

Met deze motivering maakt de Afdeling duidelijk dat ook als het geconstateerde feit langere tijd geleden is gebeurd er nog sprake kan zijn van feitelijke handhaving van de openbare orde. Daarvan is in ieder geval sprake als de geconstateerde feiten zichtbaar waren voor omstanders en een groot effect op de openbare orde hebben.

Meer weten over dit onderwerp? Bij SWDV Advocaten helpen we u graag met uw vragen over bijvoorbeeld handhaving en ondermijning.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Katja Loggen
Advocaat
Expertises: Vastgoedrecht,