Programma KEI: modernisering van de rechtspraak

Onder de noemer KEI (Kwaliteit en Innovatie) zullen belangrijke wijzigingen worden aangebracht in het bestuursprocesrecht en voornamelijk in het burgerlijk procesrecht. Door het procesrecht te vereenvoudigen en te digitaliseren moet de rechtspraak efficiënter en toegankelijker worden en beter aansluiten bij de digitalisering van de samenleving. Om deze doelen te bereiken worden op vijf terreinen veranderingen doorgevoerd.

Procesinleiding

In het burgerlijk procesrecht vervalt het onderscheid tussen dagvaardingsprocedures en verzoekschriftprocedures. Alle civiele procedures zullen worden gestart door het indienen van verzoeken of vorderingen bij de rechtbank. Betreft het een verzoek, dan bezorgt de rechtbank dat bij belanghebbenden. In geval van een vordering ontvangt de indiener een oproeping, die hij binnen twee weken dient te bezorgen bij de wederpartij. De bezorging hoeft niet meer door een deurwaarder gedaan te worden, maar mag bijvoorbeeld ook via post of mail.

Basisprocedure

In het civiele recht wordt een nieuwe basisprocedure ingevoerd. Het uitgangspunt is dat de procedure niet langer mag duren dan op basis van de inhoud en complexiteit van de zaak nodig is. De basisprocedure bestaat uit één schriftelijke ronde voor beide partijen, gevolgd door een mondelinge behandeling en een uitspraak. Partijen moeten hun argumenten en stukken zoveel mogelijk direct in het geding brengen. Het is daarom raadzaam om al in een vroeg stadium van een conflict een advocaat te raadplegen. Hoewel de basisprocedure in het overgrote deel van de zaken gevolgd zal worden, is er tegelijkertijd meer ruimte voor maatwerk. De rechter, die al vanaf het begin bij de procedure betrokken is, kan besluiten af te wijken van de basisprocedure door stappen over te slaan of juist toe te voegen. Zo kan hij afzien van een zitting als geen verweer wordt gevoerd.

Zitting

De mondelinge behandeling ter zitting vormt het hart van de nieuwe basisprocedure. Uitgangspunt is dat de rechter na de mondelinge behandeling in staat moet zijn om een uitspraak te doen. Daarom geeft de rechter partijen al voor de zitting informatie over de invulling die hij aan de mondelinge behandeling wil geven, zodat iedereen goed voorbereid naar de zitting komt. De rechter kan de invulling van de mondelinge behandeling afstemmen op de zaak. Hij kan de zitting voor verschillende doelen gebruiken, zoals een mondelinge toelichting door partijen, het verhoren van getuigen of deskundigen (waarbij geluids- of video-opnames een optie worden), of een poging om partijen te laten schikken. De rechter kan er voor kiezen niet alleen op de zaak zelf in te gaan, maar ook op een eventueel onderliggend conflict tussen partijen. De partijen krijgen de gelegenheid hun standpunten toe te lichten en zich uit te laten over de beweringen van de wederpartij, maar het pleidooi zoals we dat nu kennen komt te vervallen.

Termijnen

Door aanscherping van de termijnen voor zowel de procespartijen als de rechter wordt geprobeerd de doorlooptijd van zaken te verkleinen. Partijen worden gebonden aan strakke, uniforme termijnen om processtukken in te dienen. Slechts bij uitzondering zal door de rechter uitstel worden verleend. In beginsel zal binnen vijftien weken na de start van een procedure de mondelinge behandeling plaatsvinden. Om ervoor te zorgen dat de rechter en partijen zich goed kunnen voorbereiden moeten partijen hun (proces)stukken uiterlijk tien dagen voor de zitting hebben ingediend. Na de mondelinge behandeling volgt in principe binnen zes weken (kanton: vier weken) een uitspraak. Rechters krijgen de mogelijkheid om al direct na de mondelinge behandeling uitspraak te doen.

Digitaal procederen: Mijn Rechtspraak

Naast de veranderingen in het verloop van de procedure, zal de rechtspraak op een ander punt ook grote wijzigingen doormaken: de rechtspraak wordt gedigitaliseerd. Er wordt voor de rechtspraak een digitaal portaal ontwikkeld, getiteld ‘Mijn Rechtspraak’. Wie een procedure wil voeren, kan via dit webportaal een procedure starten. De rechter en de procespartijen dienen hun stukken in via het portaal en kunnen daar het dossier inzien, het verloop van de procedure volgen en elkaar berichten sturen. Bij de ontwikkeling van het portaal wordt veel aandacht besteed aan beveiliging, zodat de privacy gewaarborgd blijft. Digitaal procederen wordt op termijn verplicht voor bedrijven en andere rechtspersonen. Particulieren, zzp-ers en informele verenigingen zonder notarieel vastgelegd statuut mogen op papier blijven procederen, tenzij ze gebruik maken van een advocaat.

Ontwikkelingen programma KEI

De Eerste Kamer heeft op 12 juli 2016 de vier KEI-wetsvoorstellen van minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) aangenomen. De wijzigingen treden gefaseerd in werking. Met de digitalisering van de rechtspraak is inmiddels een start gemaakt. Sinds september 2017 loopt bij rechtszaken over civiele vorderingen met verplichte procesvertegenwoordiging een pilot verplicht digitaal procederen bij de rechtbanken Midden-Nederland en Gelderland. Volgens de huidige tijdlijn zullen bestuursrechtelijke procedures, kort gedingen en verzoekprocedures vanaf 2019 volgen.

Uit een extern adviesrapport volgt dat de digitalisering van de rechtspraak moeizaam verloopt. De Raad voor de Rechtspraak heeft op 10 april 2018 per brief aan minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) laten weten zich te gaan concentreren op de digitale toegankelijkheid van de rechtspraak voor rechtzoekenden en professionals. De hervorming van processen binnen de rechtspraak wordt vooruit geschoven. De ‘reset’ van het digitaliseringsproces brengt met zich mee dat de interne besparingendoelstellingen niet behaald kunnen worden.

SWDV Advocaten houdt de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Hebt u vragen over digitaal procederen, of wilt u graag meer weten over de gewijzigde procedures? Neem dan contact op met Anouk de Bert.

SWDV Advocaten houdt de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Hebt u vragen over digitaal procederen, of wilt u graag meer weten over de gewijzigde procedures? Neem dan contact op met Anouk de Bert.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Anouk de Bert
Advocaat
Expertises: Ondernemingsrecht,