Erfgenamen hebben recht op ontslagvergoeding

De Hoge Raad heeft op 3 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2898) geoordeeld dat de erfgenamen van de werknemer die overlijdt vóór de door de rechter uitgesproken ontbindingsdatum, recht hebben op de in de ontbindingsbeschikking toegekende vergoeding.

De casus

Werknemer is sinds 1 juni 1983 in dienst van een woningstichting. Vanwege het functioneren van werknemer geeft de woningstichting in juni 2009 te kennen dat zij de arbeidsovereenkomst wil beëindigen. In augustus 2009 bereiken partijen overeenstemming. De arbeidsovereenkomst zou per 1 april 2010 eindigen en de werknemer zou een vergoeding krijgen van € 65.952,- bruto. De getroffen regeling wordt vastgelegd in een zogenoemde ‘pro forma’ beschikking van de kantonrechter, die dateert van 31 augustus 2009.
Op 29 december 2009 overlijdt de werknemer.
De erfgenamen van de werknemer maken aanspraak op betaling van de vergoeding. Zij baseren zich op de door partijen gesloten beëindigingsovereenkomst en de door de kantonrechter gegeven ontbindingsbeschikking.
De woningstichting weigert de vergoeding aan de erfgenamen te betalen. Zij voert hiervoor aan dat de wet bepaalt dat de arbeidsovereenkomst door de dood van de werknemer van rechtswege (automatisch) is geëindigd (artikel 7:674 lid 1 BW).

De kantonrechter en het gerechtshof

In eerste aanleg heeft de kantonrechter de vordering van de erfgenamen toegewezen.
In hoger beroep heeft het gerechtshof de woningstichting gelijk gegeven. Wat betreft de beëindigingsovereenkomst is het hof van mening dat partijen daaraan uitvoering hebben gegeven doordat zij hebben meegewerkt aan de ‘pro forma’ ontbindingsprocedure (indiening van het verzoek- en verweerschrift met de afgesproken inhoud). Het gevolg hiervan is dat van die overeenkomst geen nakoming meer kan worden gevorderd. Wat betreft de ontbindingsbeschikking is het hof van mening dat de daarin toegekende vergoeding alleen verschuldigd zou zijn als de arbeidsovereenkomst op de ontbindingsdatum (1 april 2010) nog bestond. Doordat de werknemer vóór de ontbindingsdatum is overleden, was dit niet het geval.

De Hoge Raad

In cassatie trekken de erfgenamen aan het langste eind. De woningstichting moet de vergoeding aan hen betalen.

Strijd met gesloten stelsel van rechtsmiddelen
De Hoge Raad oordeelt dat een ontbindingsvergoeding verschuldigd is ongeacht of de arbeidsovereenkomst op het in de ontbindingsbeschikking bepaalde tijdstip van ontbinding nog bestaat. Indien een ontbindingsbeschikking alleen rechtskracht of rechtsgevolg zou hebben als de arbeidsovereenkomst op het in de beschikking bepaalde tijdstip van ontbinding nog steeds bestaat, zou een onherroepelijke rechterlijke uitspraak haar rechtskracht kunnen verliezen zonder dat daartegen hoger beroep of beroep in cassatie wordt ingesteld. Dit is onverenigbaar met het gesloten stelsel van de in de wet geregelde rechtsmiddelen.

Strijd met de rechtszekerheid
De uitleg van het hof dat de ontbindingsvergoeding niet hoeft te worden betaald als de arbeidsovereenkomst vóór de ontbindingsdatum door een andere oorzaak is geëindigd, is volgens de Hoge Raad bovendien in strijd met de rechtszekerheid.

Die uitleg is alleen in de volgende gevallen toegestaan:

  • als in de ontbindingsbeschikking is bepaald dat de daarin toegekende vergoeding slechts verschuldigd is indien de arbeidsovereenkomst op de datum met ingang waarvan wordt ontbonden nog bestaat, of
  • als de ontbindingsbeschikking op die manier moet worden uitgelegd omdat in de daaraan ten grondslag liggende beëindigingsovereenkomst een voorwaarde van die strekking is opgenomen.

Voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst

Met voortijdige beëindiging van een arbeidsovereenkomst bedoel ik dat de arbeidsovereenkomst eerder eindigt dan:

  • de einddatum die werkgever en werknemer zijn overeengekomen, of
  • de door de rechter bepaalde ontbindingsdatum, of
  • de datum waartegen de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd.

Een arbeidsovereenkomst kan bijvoorbeeld ook voortijdig eindigen door ontslag op staande voet. Ook denkbaar is dat de arbeidsovereenkomst voortijdig eindigt doordat de werknemer haar opzegt of door het intreden van een ontbindende voorwaarde.

Wel of geen vergoeding?

Als de arbeidsovereenkomst eindigt vóór de door partijen overeengekomen of vóór de door de rechter bepaalde einddatum, is de hoofdregel dus dat de werkgever de overeengekomen of door de rechter vastgestelde vergoeding aan de werknemer (of in  geval van zijn overlijden: aan de erfgenamen) moet betalen. De werkgever hoeft de vergoeding niet te betalen als werkgever en werknemer hebben afgesproken of de rechter heeft bepaald dat de vergoeding alleen verschuldigd is wanneer de arbeidsovereenkomst op de door partijen afgesproken of door de rechter bepaalde einddatum nog bestaat.
Als dat laatste in deze zaak was gebeurd, zouden de erfgenamen geen recht hebben gehad op de vergoeding.

Voorwaarde opnemen in beëindigingsovereenkomst

De werkgever die wil voorkomen dat hij de vergoeding ook moet betalen als de werknemer vóór de afgesproken einddatum overlijdt of als hij de werknemer vóór dat tijdstip op staande voet ontslaat, doet er dan ook verstandig aan in de beëindigingsovereenkomst op te nemen dat hij de vergoeding alleen verschuldigd is als de arbeidsovereenkomst op de overeengekomen einddatum nog bestaat en met wederzijds goedvinden eindigt. Omgekeerd doet de werknemer er verstandig aan te bedingen dat de werkgever de vergoeding ook moet betalen als de arbeidsovereenkomst voortijdig eindigt. Gaat het om een ontbindingsprocedure, dan dient elk van partijen de rechter te vragen dat in de beschikking te vermelden.

Heeft u vragen over de beëindigingsovereenkomst of ontslag? Stel deze aan Jeroen Dikker.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Jeroen Dikker
Advocaat
Expertises: Arbeidsrecht, Ambtenarenrecht, Onderwijsrecht, Privacyrecht