Groepsaansprakelijkheid bestuurders en vennootschappen

De Rechtbank Overijssel oordeelt over de aansprakelijkheid voor spookfacturen, in een geschil tussen een BV en bestuurders (Rechtbank Overijssel zp Zwolle 30 december 2020 JOR 2021/59 ECLI:NL:RBOVE:2020:4598).

Spookfacturen

De BV in kwestie is sinds de jaren 70 van de vorige eeuw actief als installatiebedrijf. De bestuurder die vanaf 1992 in functie is geweest, wordt in de zomer van 2017 ontslagen. De reden hiervoor is een onderzoek naar – onder andere – facturen voor tapijt en laminaat. Er is nader onderzoek verricht en gebleken is dat er door verschillende rechtspersonen facturen zijn verstuurd die door de BV zijn betaald, zonder dat er tapijt en laminaat geleverd werd. De BV maakte voor haar werkzaamheden nauwelijks gebruik van dergelijke materialen en zeker niet voor het bedrag van bijna € 1.500.000 waar in de loop der jaren voor is gefactureerd.

Verweer betrokkenen en onrechtmatige daad

Het verweer van de ontslagen bestuurder luidde dat er inderdaad geen tapijt en laminaat geleverd werd, maar dat tegenover de facturen contant geld werd geleverd door de facturerende rechtspersoon, onder inhouding van 10% provisie. Dit was nodig om een bestaand zwart geld circuit in stand te houden. Dit diende verschillende doelen, maar het meeste geld dat op deze wijze verkregen werd, werd gebruikt om werknemers te betalen voor overuren.

De rechtbank stelt bij de beantwoording van de vraag of er onrechtmatig is gehandeld het volgende voorop:

‘Het versturen van facturen aan een vennootschap waar geen enkele of een evident andere prestatie dan omschreven in de facturen tegenover staat en het vervolgens laten betalen van deze facturen door diezelfde vennootschap, kwalificeert als onrechtmatig handelen (in de zin van artikel 6:162 BW).’

Groepsaansprakelijkheid

Het handelen wordt niet alleen aan de bestuurder maar ook aan de twee “leveranciers” toegerekend. Er zijn meerdere partijen betrokken bij het onrechtmatig handelen en daarmee is sprake van groepsaansprakelijkheid ex artikel 6:166 BW. Dit maakt de aangesproken partijen allen hoofdelijk aansprakelijk voor de geleden schade.

Wel wordt er een onderscheid gemaakt in twee groepen. De ene groep bestaat uit de bestuurder van de BV met een van de twee leveranciers en de facturen voor een bedrag van € 1.200.000. De andere groep bestaat uit de bestuurder van de BV met de andere leverancier en de facturen voor een bedrag € 260.000.

De facturen werden in de periode van 2005 tot 2017 verstuurd. Een van de leveranciers voert een verjaringsverweer. Dit wordt door de rechtbank verworpen. De rechtbank acht zich echter onvoldoende in staat om de omvang van de schade te begroten of te schatten ex artikel 6:97 BW, zodat partijen in de gelegenheid worden gesteld zich hierover nader uit te laten.

Het toepassen van de groepsaansprakelijkheid in deze zaak is opvallend, maar wel doeltreffend. De hoofdelijke aansprakelijkheid is voor de eisende partij een voordeel uit de procedure, hij kan elke aangesproken partij voor de gehele schade aanspreken.

Wordt u geconfronteerd met aansprakelijkheid van bestuurders in groepsverband of heeft u daar vragen over? Vraag het aan Sebastiaan van Leeuwen

Heeft u een vraag over dit artikel?

Sebastiaan van Leeuwen
Advocaat
Expertises: Ondernemingsrecht, Insolventierecht