Heropening vereffening besloten vennootschap

In het arrest van 19 april 2018 oordeelt het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch over een vordering op de vereffenaar als bate van een eerder ontbonden BV. (ECLI:NL:GHSHE:2018:1659)

Ontbinding houdstermaatschappij en vereffening

De BV fungeert als houdstermaatschappij van een BV die actief is in de vis- en oesterbranche. De BV is een joint venture van twee broers die door verschillende andere entiteiten de aandelen houden.

De KvK ontbindt op zeker moment de houdstermaatschappij. De BV had de bijdrage aan de KvK niet betaald en er werden geen jaarrekeningen gedeponeerd. De verplichting tot betaling van de bijdrage aan de KvK bestaat  overigens niet meer. Voor een ontbinding van de BV is tevens van belang om vast te stellen of deze BV nog activiteiten heeft. Dit is voor het besluit tot de ontbinding kennelijk niet vastgesteld, terwijl de BV nog wel actief was.

Het vermogen van de BV wordt hoe dan ook toch vereffend door een vereffenaar. Als de vereffenaar zijn werkzaamheden heeft afgerond resteert er volgens de vereffenaar geen batig saldo voor de aandeelhouders.

Verzoek heropening ex art. 2:23c BW

Een van de twee broers is het hier niet mee eens. Deze meent dat er sprake is van een bate en verzoekt heropening ex artikel 2:23c BW. De bate zou bestaan uit een mogelijke vordering op de vereffenaar.

De rechtbank wijst het verzoek tot heropening van de vereffening van de BV af, omdat de door de verzoeker gestelde bate niet kon voortkomen uit of samenhangen met de vereffening zelf. Deze zou moeten zien op de periode voor de ontbinding van de BV.

De verzoeker gaat in hoger beroep.

Nagekomen bate kan ontstaan tijdens vereffening

Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en oordeelt dat een nagekomen bate ook kan ontstaan tijdens de vereffeningsprocedure. Hierbij kan bijvoorbeeld ook gedacht worden aan een vordering wegens onrechtmatig handelen van de vereffenaar.

Het lijkt er – kort samengevat – op dat de BV “leeg is gemaakt”, doordat de activa aan de ontbonden BV zijn onttrokken en de broer die het verzoek heeft gedaan tot de heropening daardoor benadeeld is. De aandelen van de BV werden bijvoorbeeld gewaardeerd op nihil en door de vereffenaar overgedragen, terwijl deze aandelen in ieder geval enige waarde leken te vertegenwoordigen.

Het hof acht de mogelijke aansprakelijkheid van de vereffenaar gelet op deze omstandigheden aannemelijk (of niet direct onaannemelijk), heropent de vereffening en benoemt een andere vereffenaar.

Vragen over vereffening, (potentiële) baten en aansprakelijkheid vertegenwoordiger van een B.V.? Stel deze aan Sebastiaan van Leeuwen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Sebastiaan van Leeuwen
Advocaat
Expertises: Ondernemingsrecht, Insolventierecht