HOOFDELIJKE VERBONDENHEID BIJ VOF

Op 23 april 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak waarin de vennoten van een VOF door de rechter niet hoofdelijk, maar gezamenlijk, waren veroordeeld voor de schade als gevolg van een aan de VOF toerekenbare tekortkoming.

Wat was er aan de hand?

Domesticare, een vennootschap onder firma (VOF),  heeft van eiser in 2010 de opdracht gekregen om een verbouwing aan een pand uit te voeren en dat pand verkoopklaar te maken. Eiser vindt dat Domesticare de opdracht niet goed heeft uitgevoerd, waardoor hij schade heeft geleden. Daarom vordert hij bij de rechtbank een schadevergoeding.  De rechtbank heeft de vordering van de eiser toegewezen en bepaald dat de VOF in de nakoming van de overeenkomst tekort is geschoten. De vennoten van de VOF waren naast de VOF gedagvaard, maar eiser had geen veroordeling van hen gevorderd. De rechtbank heeft de vennoten toch op grond van artikel 18 Wetboek van Koophandel gezamenlijk veroordeeld om een bedrag van ruim € 120.000 te betalen. Tegen het vonnis van de rechtbank is hoger beroep ingesteld.

Wat vindt het Gerechtshof?

Het hoger beroep is door eiser alleen tegen de vennoten ingesteld. De VOF zelf is bij het hoger beroep geen partij. Eiser vordert in hoger beroep alsnog hoofdelijke veroordeling van de afzonderlijke vennoten.

Het gerechtshof oordeelt dat de vennoten inderdaad hoofdelijk aansprakelijk zijn. Daarbij neemt het gerechtshof als uitgangspunt dat – nu de tekortkoming van de VOF vaststaat – de vennoten van de VOF daardoor ook aansprakelijk zijn. Dat komt omdat in artikel 18 van het Wetboek van Koophandel (uit het jaar 1826) het volgende staat:

In vennootschappen onder eene firma is elk der vennooten, wegens de verbintenissen der vennootschap, hoofdelijk verbonden.

De aansprakelijkheid van de vennoten wordt in dit geval dus afgeleid van de aansprakelijkheid van de VOF.

De aansprakelijkheid geldt ook voor de vennoot die per 1 juli 2011 uit de VOF is getreden, omdat de verbintenis rechtstreeks voortvloeit uit de overeenkomst die in 2010 is gesloten. Dat de VOF in januari 2013 is ontbonden, maakt voor het verloop van de procedure geen verschil meer. De VOF is door partijen niet (meer) betrokken bij de procedure in hoger beroep. Daardoor is het vonnis ten opzichte van de VOF in kracht van gewijsde gegaan en onomkeerbaar is geworden. Het gerechtshof geeft partijen nog wel de gelegenheid bij akte op deze overwegingen te reageren. Tot slot wordt partijen nog in overweging gegeven het geschil alsnog in der minne te schikken.

Wordt u geconfronteerd met een vordering op een VOF en/of de vennoten, of heeft u daar vragen over? Stel deze aan Sebastiaan van Leeuwen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Sebastiaan van Leeuwen
Advocaat
Expertises: Ondernemingsrecht, Insolventierecht