Kwekersrechthouder is niet verplicht een licentie te geven

Een kwekersrechthouder is niet verplicht om aan een teler die een licentie wenst en die bereid is zich te houden aan de voorwaarden, een licentie te verstrekken, ondanks het feit dat hij aan andere telers wel een licentie heeft verstrekt. In een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag is dit bevestigd.

Kwekersrecht: wettelijk monopolie voor bepaalde tijd

Het kwekersrecht behoort tot het zogenoemde “intellectuele eigendom”. Intellectueel eigendom wordt door de wet beschermd. Door deze bescherming verkrijgt de “eigenaar” een wettelijk monopolie hierop. In een markteconomie wordt juist getracht om monopolies tegen te gaan omdat die marktwerking beperken. Een beperkte marktwerking leidt doorgaans tot (te) hoge prijzen voor de consument en minder productinnovatie.

Er zijn ook situaties denkbaar waarin een monopolie juist in positieve zin kan bijdragen aan productinnovatie, met name in situaties waarin productinnovatie kostbaar is. De investering in productinnovatie is aantrekkelijk als het resultaat van de innovatie wettelijk wordt beschermd voor de periode waarin de gemaakte kosten voor de innovatie terug te verdienen. Om die reden kan op nieuwe plantenrassen kwekersrecht worden aangevraagd.

Gedurende de looptijd van dat kwekersrecht kan de kwekersrechthouder het zonder zijn toestemming vermeerderen van planten van het beschermde ras tegengaan. Met dit monopolie kan de kwekersrechthouder zijn investering terugverdienen door concurrentie op de prijs te beperken en een betere prijs te vragen voor zijn product. Wanneer de investering is terugverdiend, moet de marktwerking worden hersteld zodat ook de prijs weer onderdeel kan zijn van de concurrentiestrijd. Bij een monopolist zal er geen prikkel bestaan om vanaf dat moment de prijs te verlagen, immers waarom zou men vrijwillig genoegen nemen met een lagere marge? Om die reden is het wettelijk monopolie van beperkte duur.

Kwekersrecht op gespannen voet met mededingingsrecht

Door (gezonde) concurrentie te stimuleren en beperken van concurrentie te vermijden wordt voorkomen dat de markteconomie wordt verstoord. Op grond van het mededingingsrecht zijn afspraken tussen concurrenten of tussen leverancier en afnemers, die als gevolg hebben dat niet wordt geconcurreerd op prijs niet toegestaan. Dit kan ook gelden voor het op oneigenlijke gronden of weigeren te leveren aan een bepaalde afnemer anders dan tegen afwijkende (lees: zeer ongunstige) voorwaarden.

Een houder van kwekersrecht kan ervoor kiezen om het nieuwe ras zelf te telen, maar hij kan er ook voor kiezen om andere telers toestemming te geven zijn plantenras te vermeerderen. Voor deze toestemming, die “licentie” wordt genoemd, zal de houder van het kwekersrecht een vergoeding vragen. Een kwekersrechthouder kan behalve een vergoeding ook (nog) andere voorwaarden verbinden aan zijn toestemming, zoals toestemming voor een bepaalde maximale omvang van de vermeerdering. Door een dergelijke afspraak ontstaat er geen overproductie wat dumpprijzen voorkomt. Een kwekersrechthouder kan ook een geselecteerde groep van telers (exclusief) toestemming geven het plantenras te vermeerderen. Een dergelijke groep kan een telers- of kwekersvereniging zijn. Dit soort groepen zijn juridisch dikwijls georganiseerd als een coöperatie. Een kwekersrechthouder mag dan een licentie weigeren aan telers die niet lid zijn van deze groep.

Kwekersrechthouder hoeft niet aan iedere teler een licentie te geven

Er wordt nog wel eens gedacht dat een kwekersrechthouder gehouden is om aan elke teler die een licentie wenst en die bereid is zich te houden aan de voorwaarden, een licentie te verstrekken omdat ook aan andere telers een licentie wordt verstrekt. Dat is niet juist. Dit is recentelijk weer bevestigd in een uitspraak van de Rechtbank Den Haag waarin de kwekersrechthouder wel een licentie verstrekte aan een “pool” van telers, maar niet aan de eisende partij in deze procedure. De eiser beriep zich erop dat de kwekersrechthouder ten onrechte misbruik zou maken van zijn kwekersrechtmonopolie door aan de eiser geen licentie te verlenen. De Rechtbank Den Haag overwoog hierover:

“(Eiser) wil kennelijk aanvoeren dat (kwekersrechthouder) wel toestemming geeft aan de groep van telers in de pools maar niet aan (eiser) en dat daardoor in beginsel de mededinging ontoelaatbaar wordt beperkt. Dit standpunt gaat niet op omdat het vaste rechtspraak is dat het alleenrecht van het uitoefenen van voorbehouden handelingen deel uitmaakt van de voorrechten van de houder van een intellectueel eigendomsrecht, zodat een weigering om een licentie te verlenen, ook al gaat zij uit van een onderneming met een machtspositie, op zichzelf geen misbruik van die machtspositie kan opleveren.”

Anders gezegd: de kwekersrechthouder mag voorwaarden stellen aan het verstrekken van een licentie, ook al mogen die voorwaarden onredelijk lijken of niet goed uitpakken voor een teler. De kwekersrechthouder mag weigeren om aan een bepaalde teler een licentie te verstrekken zonder dat dit (enkel) om die reden misbruik oplevert van de machtspositie die bij wet aan kwekersrechthouder is toebedeeld.

Afspraken in strijd met anti-kartelwetgeving?

Telers die zich verenigen ter zake de exclusieve teelt van een (beschermd) plantenras, moeten voorzichtig zijn wanneer zij onderling afspraken maken die ten doel hebben een betere prijs voor hun producten te bewerkstelligen (bijvoorbeeld door het aanbod te beperken). Deze afspraken kunnen in strijd zijn met de antikartelwetgeving. De boetes daarop zijn fors en kunnen oplopen tot 10% van uw omzet. Indien u niet zeker weet of u onderling bepaalde afspraken mag maken, leg deze dan voor aan ons team Agri&Bulbs. Wij geven u een helder advies.


Rechtbank Den Haag van 2 april 2014,

Heeft u een vraag over dit artikel?

Vincent Audiffred
Advocaat
Expertises: Contractenrecht, Intellectueel eigendom, Procesrecht