Loondoorbetaling voor onterecht ontslagen leraar

De kantonrechter te Utrecht heeft op 2 september 2014 (ECLI:NL:RBMNE:2014:3839) een bijzondere uitspraak gedaan door te oordelen dat een leraar die ten onrechte op staande voet was ontslagen recht heeft op loondoorbetaling en werkhervatting.

De casus

Een leraar is al 31 jaar in dienst van een school voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo).

De leraar is op vrijdag 20 juni met 32 leerlingen op excursie geweest. Op de terugweg naar school ontstond achterin de bus rumoer. De leraar vroeg de aanstichter tot viermaal toe om voor in de bus te komen zitten. Toen de leerling hieraan geen gehoor gaf, heeft de leraar hem naar de voorkant van de bus gebracht. De leerling stribbelde tegen, schold de leraar uit en probeerde terug naar achteren te lopen. Hierop heeft de leraar hem nogmaals naar voren gebracht. Na aankomst bij school heeft de leraar de leerling gevraagd mee te lopen naar een kamer op school. De leerling nam plaats in die kamer en de leraar ging vervolgens op zoek naar een collega. De leerling heeft daarop de kamer verlaten en is naar de aula gegaan. De leraar heeft hem in de aula vastgepakt en naar de kamer teruggebracht. Dit voorval trok de aandacht van de teamleider en de leerlingbegeleider. De leraar heeft telefonisch contact opgenomen met de moeder van de leerling om te vertellen wat tijdens de busrit was gebeurd. De leraar, de teamleider en de leerlingbegeleider hebben kort met de leerling gesproken over wat er gebeurd was.

Op maandag 23 juni werden de lessen van de leraar aan het begin van de ochtend overgenomen door een collega, omdat hij op verzoek van de teamleider nogmaals moest vertellen wat er precies was voorgevallen tijdens de busrit terug naar school. Op dinsdagochtend 24 juni 2014 heeft de leraar het lesgeven hervat. In het derde lesuur werd hij uit de klas gehaald en is hem in een gesprek met de regiodirecteur en de teamleider meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst met hem per direct werd beëindigd. De school voert hiervoor als reden aan dat de leraar tegen de leerling buitenproportioneel geweld heeft gebruikt.

Kort geding

De leraar vordert in kort geding werkhervatting en loondoorbetaling. Hij heeft tegen zijn ontslag ook beroep ingesteld bij de Commissie van Beroep.

De uitspraak

De rechter is van mening dat niet is komen vast te staan dat de leraar buitenproportioneel geweld heeft gebruikt en dat er geen sprake is van een dringende reden. De rechter onderkent dat het BBA hier niet van toepassing is, zodat het ontslag niet kan worden vernietigd, en oordeelt dat de vordering daarom in beginsel zou moeten worden afgewezen.

Om de volgende redenen wijst de rechter de vordering van de leraar toch toe:

  • de school en de leraar gaan eind september naar de zitting van de Commissie van Beroep;
  • de school en de leraar zullen zich conform het reglement van de Commissie van Beroep onderwerpen aan het oordeel van de commissie en dit oordeel ten uitvoer leggen;
  • de school heeft geen eis in reconventie (tegenvordering) ingesteld maar slechts verweer gevoerd;
  • naar verwachting zal ook de Commissie van Beroep oordelen dat het ontslag op staande niet rechtsgeldig is;
  • aangenomen moet worden dat de school het ontslag op staande voet zal intrekken;
  • het is dus aannemelijk dat de arbeidsovereenkomst niet door ontslag op staande voet is geëindigd.

Commentaar: uitspraak rechter juridisch onjuist

Deze uitspraak is juridisch onjuist. Het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (BBA) is niet van toepassing op de arbeidsovereenkomst van onderwijzend en docerend personeel (artikel 2 lid 1 sub b. BBA). Dit betekent dat een school de arbeidsovereenkomst met een leraar zonder toestemming van het UWV mag opzeggen. Dit heeft de volgende consequenties:

  • een leraar die op staande voet is ontslagen kan zijn ontslag niet vernietigen;
  • alleen als de school het ontslag op staande voet intrekt, kan de leraar met terugwerkende kracht recht hebben op loon.

Een leraar die het niet eens is met zijn ontslag op staande voet kan drie dingen doen:

  • een schadevergoeding vragen ter grootte van het loon over de niet in acht genomen opzegtermijn;
  • een schadevergoeding vragen wegens kennelijk onredelijk ontslag;
  • herstel van de arbeidsovereenkomst vragen wegens kennelijk onredelijk ontslag.

De uitspraak zou nog enigszins begrijpelijk zijn als de rechter de loonvordering had toegewezen vooruitlopend op toewijzing van een vordering tot herstel van de arbeidsovereenkomst.

De Commissie van Beroep
Dat het reglement van de Commissie van Beroep vermeldt dat de school zich onderwerpt aan het oordeel van die commissie is juridisch niet relevant. Een dergelijke bepaling staat ook in de wet en in de cao. De leraar kan daaraan geen rechten ontlenen omdat het een zogeheten bekostigingsvoorwaarde is die alleen geldt tussen de overheid en de school.

Eis in reconventie
Ik zou niet weten welke tegenvordering de school had moeten instellen om te voorkomen dat de rechter de loonvordering en de vordering tot werkhervatting zou toewijzen.

Waarom heeft de rechter deze uitspraak gedaan?

Mogelijk vond de rechter het ontslag zo onredelijk (dringende reden niet bewezen; 31 jaar in dienst) dat hij het onrechtvaardig zou vinden als deze leraar het slachtoffer werd van de uitzondering op de hoofdregel dat voor opzegging van de arbeidsovereenkomst van onderwijzend en docerend personeel geen toestemming van het UWV nodig is.

Onderwijspersoneel en de Wet werk en zekerheid

Met ingang van 1 juli 2015, wanneer de Wet werk en zekerheid voor het grootste deel in werking treedt, is ook voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst met onderwijspersoneel een ontslagvergunning nodig. Tenminste, als de ontslagreden is bedrijfseconomische redenen of langdurige ziekte. Daarmee komt er een einde aan de bijzondere positie die onderwijspersoneel in het ontslagrecht inneemt.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Jeroen Dikker
Advocaat
Expertises: Arbeidsrecht, Ambtenarenrecht, Onderwijsrecht, Privacyrecht