Modernisering van het arbitragerecht

(met dank aan mr. Marianne van der Knijff)

Wet modernisering arbitragerecht

Arbitrage is een veelgebruikt middel om geschillen op te lossen, vooral in de bouwsector. De Raad van Arbitrage voor de Bouw en het Nederlands Arbitrage Instituut behandelen een groot deel van deze zaken. Arbitrage is een volwaardig alternatief voor een procedure bij de rechtbank. In de afgelopen decennia is het arbitragerecht nauwelijks gewijzigd. Intussen verandert de arbitragepraktijk wel. De regelgeving is daarom aan herziening toe.

Op 1 januari 2015 is de Wet modernisering arbitragerecht (hierna: Arbitragewet) in werking getreden. Deze wet wijzigt bepalingen in Boek 3, Boek 6 en Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek en in het vierde Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De nieuwe regelgeving neemt belemmeringen voor het gebruik van arbitrage weg door de arbitrageprocedure te vereenvoudigen en de administratieve lasten te verlichten.

Arbitragebeding op de zwarte lijst

De nieuwe wet zorgt voor extra bescherming voor particulieren. Vooral in de bouwsector bevatten veel algemene voorwaarden (waaronder de UAV 2012) een arbitragebeding: als er geschillen ontstaan, worden die in een arbitrageprocedure behandeld. De rechter is vanwege het arbitragebeding niet bevoegd over het geschil te oordelen.

Keuzemogelijkheid voor particulieren

De Arbitragewet plaatst arbitragebedingen op de zwarte lijst van onredelijk bezwarende bedingen (artikel 6:236 BW). Dit houdt in dat een ondernemer tegenover een particulier niet zonder meer een beroep kan doen op een arbitragebeding in zijn algemene voorwaarden. In arbitragebedingen moet zijn opgenomen dat de particulier, nadat de ondernemer een beroep doet op het arbitragebeding, (minimaal) een maand de tijd heeft om alsnog te kiezen voor behandeling van het geschil door de rechter. Is die keuzemogelijkheid niet opgenomen in een arbitragebeding, dan kan de particulier het beding door de rechter laten vernietigen.

Wijziging algemene voorwaarden noodzakelijk?

Ondernemers doen er goed aan eventuele arbitragebedingen in hun algemene voorwaarden te wijzigen. Als een ondernemer wil voorkomen dat een particulier kiest voor een procedure bij de rechter, moet de arbitrage niet slechts worden opgenomen in de algemene voorwaarden, maar specifiek worden vastgelegd in de opdrachtovereenkomst of in een afzonderlijke arbitrageovereenkomst.

Meer flexibiliteit

In de Arbitragewet is bewust veel ruimte gelaten voor flexibiliteit. Veel bepalingen zijn van regelend recht. Dit houdt in dat partijen ervoor kunnen kiezen om van de bepalingen in de wet af te wijken. Partijen geven hun eigen procedure vorm, bijvoorbeeld door te bepalen of het geschil mondeling behandeld wordt of alleen schriftelijk.

Afwijkingen van het regelend recht kunnen voortkomen uit een overeenkomst tussen partijen, maar kunnen ook een gevolg zijn van toepassing van een arbitragereglement (bijvoorbeeld het reglement van de Raad van Arbitrage voor de Bouw of van het Nederlands Arbitrage Instituut).

Digitaal procederen mogelijk

De Arbitragewet creëert de mogelijkheid om (geheel of gedeeltelijk) elektronisch te procederen. De wet biedt een formele grond voor het gebruik van digitale middelen in de arbitrageprocedure. Processtukken en correspondentie mogen voortaan bijvoorbeeld ook per e-mail verstuurd worden. Het vonnis mag elektronisch worden opgemaakt en ondertekend.

‘Best practices’ vastgelegd

De nieuwe wet legt verschillende ‘best practices’ uit de bestaande arbitragepraktijk vast. Zo zijn er regels vastgelegd over de schriftelijke fase van de arbitrageprocedure, over bewijsvoering en over het onderzoek ter plaatse.

Deponering bij de rechtbank niet verplicht

Het vonnis van een arbitragegerecht moet onder het oude recht verplicht bij een rechtbank gedeponeerd worden. Deze plicht vervalt: het vonnis wordt alleen gedeponeerd als partijen dit zijn overeengekomen. De procedure wordt hierdoor eenvoudiger en de kosten van deponering vervallen.

Vernietigingsprocedure bij het gerechtshof

Wie onder de oude regeling een arbitraal vonnis wil laten vernietigen dient een vordering in bij de rechtbank, waarna eventueel de weg naar het gerechtshof en de Hoge Raad openstaat. In de Arbitragewet vervalt de procedure bij de rechtbank en moeten partijen voor vernietiging direct naar het gerechtshof. Partijen hebben hierdoor eerder een definitief oordeel over hun geschil. Dit bespaart tijd en kosten en vermindert onzekerheid.

Gerechtshoven krijgen bovendien de mogelijkheid om een vernietigingsprocedure te schorsen en de zaak terug te verwijzen naar het arbitragegerecht. Het gerecht krijgt daardoor de kans om de gronden voor vernietiging ongedaan te maken.

Bevordering internationale arbitrage

Bij het opstellen van de Arbitragewet is aangesloten bij de modelwet van de Verenigde Naties (Uncitral Model Law on International Arbitration). De Arbitragewet voorziet nu onder meer in de mogelijkheid van institutionele wraking. Een verzoek tot wraking van een arbiter (bijvoorbeeld vanwege partijdigheid) kan worden behandeld door een onafhankelijke derde, als partijen dat samen overeenkomen. Voor wraking hoeft daarom niet meer een procedure bij de rechter gevoerd te worden, zodat de arbitrageprocedure vertrouwelijk blijft.

De wijzigingen in de regelgeving en de toegenomen flexibiliteit maken het voor internationale bedrijven aantrekkelijker om hun geschillen aan Nederlandse arbitrage-instituten voor te leggen, omdat de regelgeving meer aansluit bij de internationale rechtspraktijk.

Overgangsrecht

De Arbitragewet is van toepassing op arbitrageprocedures die op of na 1 januari 2015 aanhangig worden gemaakt.

Heeft u vragen over de Wet modernisering arbitragerecht? Of wilt u weten welke gevolgen de nieuwe regelgeving over arbitragebedingen heeft voor uw algemene voorwaarden? Neem dan contact op met Anna Paternotte.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Anna Paternotte
Advocaat/bestuurder
Expertises: Onroerend goedrecht (vastgoed)