Onbevoegdheid hoofdhuurder: tekortkoming jegens onderhuurder?

Is er sprake van een tekortkoming van de hoofdhuurder jegens de onderhuurder, wanneer de hoofdhuurder onbevoegd is geworden tot onderverhuur? De Hoge Raad heeft hierover in zijn arrest van 23 februari 2018 (ECLI:NL:HR:2018:284) duidelijkheid verschaft. De onbevoegdheid van de hoofdhuurder levert geen tekortkoming op om het gehuurde in gebruik te geven aan de onderhuurder. Er is alleen sprake van een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW wanneer een derde pretendeert een beter recht te hebben dan de onderhuurder en er als gevolg daarvan sprake is van een feitelijke stoornis van het gebruik.

Onbevoegdheid hoofdhuurder door faillissement

Runner Truck Lease & Rental B.V. is een onderneming gericht op verhuur van motorvoertuigen. Deze onderneming wordt op 11 december 2012 in staat van faillissement verklaard. Op moment van faillietverklaring lopen er huurovereenkomsten tussen Runner Truck en haar huurders. Runner Truck heeft op 9 juli 2012 een voertuig verhuurd aan KAV, waarvan MAN Lease de eigendom heeft. KAV is onderhuurder en Runner Truck is aan te merken als hoofdhuurder, nu zij op haar beurt het voertuig huurt van MAN Lease. MAN Lease ontbindt op 3 december 2012 de  huurovereenkomst die zij heeft met Runner Truck. De curator van Runner Truck vordert betaling van de onbetaalde huurtermijnen van KAV tot 13 maart 2013.

De kantonrechter wijst de vordering af op de grond dat de curator onvoldoende heeft betwist dat KAV het voertuig op 5 december 2012 aan MAN Lease heeft overgedragen. Het Hof bekrachtigt de uitspraak van de kantonrechter en laat daarbij in het midden wanneer de overdracht van het gehuurde voertuig aan MAN Lease heeft plaatsgevonden. Het Hof overweegt: “… het einde van de hoofdhuur impliceert dat Runner Truck niet meer kan voldoen aan haar verplichting jegens KAV haar het gebruik van het voertuig te verstrekken. KAV was daarom vanaf 3 december 2012 niet meer gehouden huur aan Runner Truck/de curator te betalen. De vordering van de curator loopt hierop stuk.”

Tekortkoming in de nakoming

In cassatie stelt de curator dat het enkele feit dat aan de hoofdhuurovereenkomst een einde is gekomen, niet noodzakelijk met zich brengt dat de onderverhuurder niet langer in staat is aan de onderhuurder het gebruik te verschaffen. De Hoge Raad bespreekt het ter beschikking stellen van de zaak op grond van artikel 7:203 BW en geeft aan dat het gaat om de mogelijkheid tot het feitelijk / daadwerkelijk gebruiken van de zaak. Uit de Memorie van Toelichting volgt dat voor de geldigheid van een huurovereenkomst niet vereist is dat de verhuurder tevens eigenaar van de zaak is. Wanneer de verhuurder niet over de bevoegdheid beschikt om het gehuurde aan de huurder in gebruik te geven, volgt uit het samenstel van de bepalingen 7:204 lid 2 en lid 3 en 7:211 BW dat van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst door verhuurder slechts sprake is wanneer aan twee voorwaarden is voldaan. Vereist is dat een derde tegenover de huurder pretendeert een beter recht te hebben én als gevolg daarvan een feitelijke stoornis van het gebruik ontstaat. Zolang de hoofdverhuurder de zaak niet opeist, is er geen sprake van een tekortkoming in de nakoming van de hoofdhuurder. De onderhuurder behoudt in dat geval het feitelijk gebruik van de zaak.

Na de beëindiging van de hoofdhuur op 3 december 2012 is MAN Lease niet direct overgegaan tot het opeisen van het voertuig. KAV behoudt dan het feitelijk gebruik van het voertuig, maar moet haar betalingsverplichtingen aan Runner Truck/de curator gedurende die tijd wel gewoon voldoen.

Ontbinding huurovereenkomst of opschorten betalingsverplichting

De onderhuurder staat niet helemaal met lege handen. Indien de dreiging van een tekortkoming bestaat kan de onderhuurder blijkens artikel 6:80 BW een beroep doen tot ontbinding van de overeenkomst, dan wel zijn betalingsverplichting opschorten op grond van artikel 6:263 BW.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Anouk de Bert
Juridisch medewerker
Expertises: Ondernemingsrecht,