Onrechtmatig handelen jegens schuldeisers bij verkoop van aandelen?

Doe onderzoek naar de koper voordat u uw aandelen verkoopt!

Een 100% aandeelhouder kan zijn aandelen in principe verkopen aan iedere willekeurige andere partij, met inachtneming van de statuten en andere gemaakte afspraken. Hierbij dient hij wel te voorkomen dat hij onrechtmatig handelt naar de schuldeisers van de vennootschap.

Wanneer handelt een aandeelhouder onrechtmatig bij de verkoop van zijn aandelen?

Op 2 november 2021 wees Rechtbank Amsterdam een vonnis[1] waarbij werd geoordeeld dat een aandeelhouder onrechtmatig had gehandeld door de verkoop van zijn aandelen aan een dubieuze partij.

Wat was er aan de hand?

De heer A is 100% aandeelhouder en enig bestuurder (DGA) van een besloten vennootschap, hierna genoemd “de BV”. De BV sluit op 12 en 27 juli 2018 leaseovereenkomsten voor twee auto’s. Vanaf 1 april 2019 stopt de BV met het betalen van de leasetermijnen. Op 15 april 2019 wordt nog een derde leaseovereenkomst gesloten. Ook deze leaseovereenkomst wordt niet nagekomen door de BV.

Een aantal maanden na de eerste wanbetaling beëindigt de leasemaatschappij de overeenkomsten en verkoopt de drie auto’s. Er worden eindfacturen aan de BV verzonden voor de verschuldigde leasetermijnen en de bijkomende kosten als gevolg van het voortijdig einde van de leaseovereenkomsten. Deze facturen laat de BV onbetaald.

Uit het handelsregister blijkt dat met ingang van 11 november 2019 de aandelen van de BV zijn overgedragen en dat de heer A als bestuurder is afgetreden. Kort daarna heeft de nieuwe bestuurder voor turboliquidatie van de BV gezorgd.

De facturen van de leasemaatschappij zijn nooit betaald. De leasemaatschappij spreekt de heer A aan tot betaling.

Standpunten

De leasemaatschappij verwijt de heer A dat hij zijn aandelen heeft verkocht aan een koper, terwijl hij wist of behoorde te weten dat de verkoop aan deze koper zou leiden tot benadeling van de schuldeisers. Door de verkoop van de aandelen aan deze koper heeft de heer A de verhaalsmogelijkheden van de leasemaatschappij gefrustreerd. De heer A heeft volgens de leasemaatschappij onvoldoende onderzocht of de koper zich zou bekommeren om de bestaande vorderingen en de doorlopende verplichtingen van de BV. Daarnaast wordt de heer A verweten dat hij de derde leaseovereenkomst heeft gesloten terwijl hij op dat moment al wist dat er niet betaald werd, aldus steeds de leasemaatschappij.

De heer A stelt zich op het standpunt dat de aandelentransactie en bestuursoverdracht niet in november 2019 maar in maart 2019 heeft plaatsgevonden. Dat de facturen onbetaald zijn gebleven zou te wijten zijn aan het feit dat na het vertrek van de heer A in maart 2019 de klanten zijn weggelopen. Daarnaast stelt de heer A dat hij onderzoek heeft verricht naar de koper.

Oordeel rechter

De rechter stelt eerst vast dat het verkopen van de aandelen geen beslissing van de bestuurder is, maar van de aandeelhouder. Een aandeelhouder is in principe niet aansprakelijk jegens de schuldeisers van een vennootschap. De regels die gelden voor de aansprakelijkheid van bestuurders zijn niet van toepassing op de aandeelhouders. Het is echter wel mogelijk dat een aandeelhouder onrechtmatig handelt jegens de schuldeisers van de vennootschap. In dat geval is hij toch aansprakelijk voor de schade die daaruit voortvloeit. Dit komt niet vaak voor.

De rechter merkt op dat van de heer A als aandeelhouder verwacht mocht worden dat hij onderzoek zou doen naar de koper. Uit kort onderzoek op internet is volgens de leasemaatschappij gebleken dat de koper van de aandelen bij meerdere faillissementen betrokken is geweest. Dat de koper tevens de leverancier was van de BV, brengt niet met zich mee dat dit onderzoek achterwege mocht blijven.

De rechter oordeelt dat de heer A als aandeelhouder willens en wetens het risico heeft genomen dat de BV na de overname de schuldeisers niet meer kon voldoen, door geen onderzoek te doen naar deze koper. De heer A heeft zich hiermee de belangen van de leasemaatschappij onvoldoende aangetrokken en onzorgvuldig gehandeld. De rechter merkt dit aan als onrechtmatig handelen jegens de leasemaatschappij en veroordeelt de heer A persoonlijk tot betaling van de openstaande facturen van de leasemaatschappij.

Conclusie

Bij het verkopen van een onderneming dient de verkoper dus onderzoek te doen naar de overnemende partij. De verkoper dient te onderzoeken of de koper van plan is de onderneming daadwerkelijk voort te zetten en de verkoper dient zich ervan te vergewissen dat de koper zich zal bekommeren om de bestaande vorderingen en verplichtingen. Gebeurt dit niet, dan riskeert de verkoper van de aandelen aansprakelijk gesteld te worden voor de hieruit voortvloeiende schade. Deze schade bestond in dit geval uit de onbetaalde facturen van de leasemaatschappij.

Heeft u vragen over de verkoop van aandelen, bestuurders- of aandeelhoudersaansprakelijkheid of andere ondernemingsrechtelijke vragen? Neem vrijblijvend contact op met Kees Kras. De advocaten van SWDV Advocaten helpen u graag verder.


[1] Rechtbank Amsterdam 2 november 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6331

Heeft u een vraag over dit artikel?

Kees Kras
Advocaat
Expertises: Ondernemingsrecht, Aansprakelijkheidsrecht, Contractenrecht