Opzeggen (krediet)relatie door banken

Reputatieschade
Het Gerecht in Eerste Aanleg van Sint Maarten oordeelt in haar vonnis van 29 oktober 2013 (JOR 2014/204) dat reputatieschade voldoende aanleiding is om de bankrelatie te mogen beëindigen. In dit geval had de bank de relatie opgezegd vanwege maffiaconnecties van de uiteindelijke eigenaar van de vennootschap (reputatieschade voor de bank).

Zorgplicht
De bank mag de relatie met een vennootschap echter niet opzeggen als die vennootschap daarna geen toegang meer heeft tot het bancaire systeem, zo oordeelt dezelfde rechtbank in haar vonnis van 6 juni 2014 (JOR 2014/204 en JOR 2014/205). De andere banken bleken na het eerste vonnis / beëindigen bankrelatie ook niet meer in zee te willen gaan met de vennootschap. De vennootschap zou hierdoor haar activiteiten noodgedwongen moeten gaan beëindigen.

Kredietrelatie
Van belang is dat er in dit geval geen krediet verstrekt was aan de vennootschap. Als er wel een kredietrelatie is, is de positie van de bank anders.

Op zichzelf is een bank gerechtigd de kredietrelatie – als contract voor onbepaalde tijd – op te zeggen. De bank wordt uit hoofde van haar maatschappelijk functie wel geacht een bijzondere zorgplicht te hebben tegenover zowel haar klanten (vanuit de met hen bestaande contractuele verhouding) als ten opzichte van derden. De bank hoort daarom rekening te houden met hun belangen op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer betaamt.

Hoever de zorgplicht van de bank gaat, is per geval verschillend. Voor kredietopzegging impliceert de zorgplicht dat ten minste zal moeten worden voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Kort samengevat zal de bank om rechtmatig te kunnen opzeggen in ieder geval:

  • een goed dossier moeten opbouwen;
  • de klant tijdig moeten waarschuwen dat er sprake is van een mogelijke opzegging van het krediet;
  • in gesprek/overleg moeten blijven met de kredietnemer;
  • de kredietnemer voldoende tijd moeten gunnen om ergens anders financiering te vinden;

De bank zal een goede belangenafweging moeten maken. Weegt het nadeel dat de bank zal ondervinden bij  continuering van de kredietrelatie op tegen de nadelige consequenties voor de klant als de relatie wordt beëindigd? zie hierboven het voorbeeld van de reputatieschade versus de zorgplicht van de bank.

Uitspraak HR: redelijkheid en billijkheid
In het arrest van 10 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2929) bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het Hof Arnhem (JOR 2003/267). Het Hof oordeelde dat de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de concrete omstandigheden van het geval met zich brengen dat opzegging slechts tot een rechtsgeldige beëindiging van de overeenkomst leidt als een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat.

In dit specifieke geval werd de opzegging van de kredietovereenkomst rechtsgeldig geoordeeld voor zover het het krediet in rekening-courant betreft, maar niet voor zover het de rentevaste leningen betreft. De daarmee samenhangende vordering tot vergoeding wegens vervroegde aflossing (boeterente) is ook afgewezen.

Conclusie
Een bank kan niet zomaar de (krediet)relatie opzeggen, maar moet uit hoofde van haar zorgplicht haar belangen, die van haar klant en van derden zorgvuldig afwegen. Niet alleen de  eisen van proportionaliteit en subsidiariteit spelen daarbij een belangrijke rol, ook de beginselen van redelijkheid en billijkheid hebben  invloed op de mogelijkheden van opzegging van financieringsovereenkomsten. Als de opzegging onaanvaardbaar onredelijke gevolgen heeft, kan de rechtmatigheid worden betwist.

Laat uw financieringsovereenkomst checken door of vraag advies aan Sebastiaan van Leeuwen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Sebastiaan van Leeuwen
Advocaat
Expertises: Ondernemingsrecht, Insolventierecht