Tijdelijk bestuur niet aansprakelijk voor afgeleide schade

Dit artikel is geschreven naar aanleiding van een vonnis van de Rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2018:5864). De Ondernemingskamer heeft een tijdelijke bestuurder en een tijdelijk beheerder van de aandelen van een besloten vennootschap benoemd. Een van de aandeelhouders van de BV stelt zowel de tijdelijk bestuurder als tijdelijk beheerder aansprakelijk. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een ernstig verwijt.

BV in financiële problemen

De BV verkeert al in een problematische financiële positie op het moment dat de tijdelijk bestuurder en de tijdelijk beheerder benoemd worden. De tijdelijk bestuurder tracht in overleg met de tijdelijk beheerder van de aandelen de onderneming te verkopen om een faillissement te voorkomen. Er wordt een deal gesloten waar een van de aandeelhouders van de BV bij betrokken is.

Deze aandeelhouder wordt vervolgens verweten dat hij niet zuiver heeft gehandeld en de deal wordt teruggedraaid. De voorgenomen verkoop gaat dus niet door en de BV gaat failliet.

De aandeelhouder die betrokken was bij de verkoop verwijt dit de tijdelijke bestuurder van de BV. De tijdelijk beheerder van de aandelen wordt door de aandeelhouder aangemerkt als feitelijk leidinggevende en eveneens aangesproken, omdat de tijdelijk bestuurder steeds in nauw overleg met de tijdelijk beheerder heeft gehandeld.

Afgeleide schade

Uit de beoordeling volgt dat voor aansprakelijkheid van een derde voor aandeelhoudersschade (zogenaamde afgeleide schade), de schending van een specifieke zorgvuldigheidsnorm door die derde tegenover de aandeelhouders van de BV is vereist. Dit geldt ook voor een bestuurder van de BV als hem van die schending een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of dit het geval is, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval.

Specifieke zorgvuldigheidsnorm geldt ook voor tijdelijke bestuurder

Het belang van het vonnis is dat de norm van het ernstig verwijt – zoals die voor de ‘gewone bestuurder’ geldt – volgens de rechtbank ook geldt voor een door de Ondernemingskamer benoemde tijdelijke bestuurder.

De rechtbank oordeelt dat, als er al een specifieke zorgvuldigheidsnorm geschonden zou zijn (wat niet direct aannemelijk lijkt), dit de tijdelijk bestuurder en de tijdelijk beheerder niet verweten kan worden. De reden is volgens de rechtbank dat de tijdelijk bestuurder en beheerder door de Ondernemingskamer feitelijk in een wespennest zijn geparachuteerd waarin in een zeer kort tijdbestek daadkrachtig moest worden gehandeld. Onder die omstandigheden kon hen dus geen ernstig verwijt gemaakt worden van hun handelen.

Wordt u geconfronteerd met bestuurdersaansprakelijkheid of heeft u daar vragen over? Vraag het aan Sebastiaan van Leeuwen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Sebastiaan van Leeuwen
Advocaat
Expertises: Ondernemingsrecht, Insolventierecht