Toepassing CRvB-formule in het onderwijs

Toepassing CRvB-formule bij toekenning vergoeding aan docent in bijzonder onderwijs

In een uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 29 april 2014 heeft de kantonrechter te Zutphen de CRvB-formule toegepast bij het toekennen van een vergoeding aan een werknemer in het bijzonder onderwijs (JAR 2014/167). De CRvB-formule wordt ook wel de kantonrechtersformule voor ambtenaren genoemd.

Arbeidsconflict

De werknemer is sinds 1978 in dienst van een bijzondere onderwijsinstelling en als docent Lichamelijke Opvoeding en Techniek werkzaam op een school voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor het voortgezet onderwijs (CAO-VO) van toepassing.

Tussen partijen is in 2011 een arbeidsconflict ontstaan. Partijen hebben diverse gesprekken gevoerd, soms onder begeleiding van een psycholoog, om dit conflict op te lossen maar dat is niet gelukt. De werkgever heeft de werknemer voorgesteld om op twee andere scholen aan het werk te gaan. De werknemer is hierop niet ingegaan.

In 2013 heeft de werkgever de werknemer overgeplaatst naar een andere school. De werknemer heeft hiertegen beroep ingesteld bij de Commissie van Beroep, die het beroep gegrond heeft verklaard. De Commissie van Beroep is van mening dat de werkgever onvoldoende heeft onderbouwd waarom de overplaatsing gerechtvaardigd is en dat er sinds 2011 ten onrechte geen functionerings- of beoordelingsgesprekken zijn gevoerd.

Na de uitspraak van de Commissie van Beroep zijn partijen een mediationtraject ingegaan. Dit traject is in december 2013 geëindigd. De werkgever verzoekt de kantonrechter in maart 2014 om de arbeidsovereenkomst te ontbinden omdat er een onwerkbare situatie is ontstaan en er geen vertrouwen meer is in een vruchtbare samenwerking.

Ontbinding arbeidsovereenkomst

De kantonrechter oordeelt dat een vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk is, zodat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.

Wat betreft de vergoeding oordeelt de kantonrechter als volgt. De werkgever heeft enerzijds niet aannemelijk gemaakt dat hij voldoende heeft gedaan om overplaatsing te voorkomen en anderzijds na april 2012 voldoende zorgvuldig toegewerkt naar een oplossing. Dat dit niet tot resultaat heeft geleid, is te wijten aan de opstelling van de werknemer die is blijven inzetten op een terugkeer op de school terwijl hem een objectief gezien geschikte functie was aangeboden. De opstelling van de werknemer is tot op zekere hoogte begrijpelijk.

De kantonrechter kent aan de werknemer een vergoeding toe. Aangezien de werknemer aanspraak kan maken op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering, baseert de kantonrechter de vergoeding echter niet op de kantonrechtersformule maar op de CRvB-formule, die ook wel de kantonrechtersformule voor ambtenaren wordt genoemd. De kantonrechter gaat uit van correctiefactor 0,5 en telt, naast het salaris en de vakantiebijslag, de eindejaarsuitkering en de inkomenstoeslag mee. Hiermee komt de vergoeding uit op een bedrag van € 40.000,- bruto.

Extra ontslagvergoeding: de CRvB-formule

Als een ambtenaar wordt ontslagen omdat de verhouding met de werkgever vooral door toedoen van die werkgever onherstelbaar is verstoord of in een impasse is geraakt, heeft hij naast de WW-uitkering en de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering recht op een extra ontslagvergoeding. De bovenwettelijke werkloosheidsuitkering is geregeld in de desbetreffende rechtspositieregeling. In het openbaar (ambtenaar) en bijzonder onderwijs (werknemer) is deze geregeld in de CAO, in dit geval de CAO-VO.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter in ambtenarenzaken, heeft op 28 februari 2013 twee uitspraken gedaan waarin hij voor de berekening van deze extra ontslagvergoeding een speciale formule heeft gemaakt, de CRvB-formule (ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2043 en ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2044). De formule luidt:

A (aantal dienstjaren : 2) x B (bruto maandsalaris inclusief vakantiegeld) x C (correctiefactor 0,5 of 0,75 of 1).

De hoogte van de correctiefactor is afhankelijk van het aandeel van de werkgever in het ontstaan of voortbestaan van de verstoorde arbeidsrelatie of impasse. Als het aandeel van de werkgever 51-65% is, is de correctiefactor 0,5. Als het aandeel 65-80% is, is de correctiefactor 0,75 en als het aandeel 80-100% is, is de correctiefactor 1.

Als een werknemer in het bijzonder onderwijs die aanspraak maakt op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering, een vergoeding krijgt, houdt de kantonrechter bij het vaststellen van de vergoeding daarmee bijna altijd rekening. Dit gebeurt door het bedrag van de vergoeding op basis van de kantonrechtersformule met een zeker bedrag te verminderen. Bijvoorbeeld met het bedrag van de bovenwettelijke uitkering dat de werknemer ontvangt gedurende de verwachte periode van werkloosheid.

Waarom de CRvB-formule?

Omdat in dit geval de arbeidsovereenkomst werd ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsrelatie en de werknemer, net zoals een ambtenaar, aanspraak maakt op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering, kon de kantonrechter de CRvB-formule toepassen. Dat de docent geen ambtenaar maar werknemer is, maakt hier in zoverre dus geen verschil.

Aanpassing van CRvB-formule

In deze zaak valt op dat de kantonrechter, anders dan de ‘echte’ CRvB-formule voorschrijft, niet alleen het salaris en het vakantiegeld maar ook de eindejaarsuitkering en de inkomenstoelage meetelt.

Voor vragen over ontslag in het onderwijs en de CRvB-formule kunt u contact opnemen met Jeroen Dikker.

 

Heeft u een vraag over dit artikel?

Jeroen Dikker
Advocaat
Expertises: Arbeidsrecht, Ambtenarenrecht, Onderwijsrecht, Privacyrecht