Verzoek bijeenroepen AVA door meerderheidsaandeelhouder

Een eerder artikel, geschreven naar aanleiding van het vonnis in PPG/Akzo Nobel, betrof de bevoegdheid van aandeelhouders om een verzoek te doen aan het bestuur om een algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) bijeen te roepen.

Bij een weigering van het bestuur om aan dat verzoek te voldoen, kan de aandeelhouder zich tot de voorzieningenrechter wenden. Dit artikel gaat over een verzoek om een AvA bijeen te roepen dat door de voorzieningenrechter niet wordt gehonoreerd (VZ Rechtbank Noord-Nederland 28 juni 2018 ECLI:NL:RBNNE:2018:2477).

Feiten

Cranberry Terschelling BV (hierna de BV) houdt zich bezig met productie en verkoop van cranberries. Er zijn twee aandeelhouders. Woestduin houdt 67,5% van de aandelen in de BV. Een zekere “A” houdt 32,5% van de aandelen in de BV. Een zekere “Y” is bestuurder van de BV. Woestduin wil dat Y ontslagen wordt als bestuurder.

Het ontslag van Y waar tijdens een eerste AvA over is gestemd, gaat uiteindelijk niet door. Woestduin wil dat het bestuur een nieuwe AvA bijeenroept om Y alsnog te kunnen ontslaan.

Aan de wens tot het ontslag van Y ligt feitelijk een conflict tussen de aandeelhouders van de BV ten grondslag. Er was een aandeelhoudersovereenkomst gesloten. Woestduin heeft ingevolge die overeenkomst zelf om bemiddeling in het geschil tussen de aandeelhouders verzocht. Echter, Woestduin doet – terwijl de bemiddeling nog loopt – een verzoek aan de voorzieningenrechter tot machtiging om een AvA bijeen te roepen.

Aandeelhoudersovereenkomst, bemiddeling en belang vennootschap

De rechter moet deze machtiging ex artikel 2:220 en 2:221 lid 1 BW verlenen als summierlijk blijkt dat de aandeelhouder minimaal 1% van de aandelen houdt, een “redelijk belang” bij het verzoek heeft en onder een nauwkeurige opgave van de onderwerpen van de AvA. Een reden om het verzoek af te wijzen is een zwaarwegend belang van de BV dat zich tegen het verlenen van de machtiging verzet.

Oordeel: zwaarwegend belang verzet zich tegen afgifte machtiging

Woestduin is meerderheidsaandeelhouder en houdt veel meer dan 1% van de aandelen. Het gewenste ontslag van Y als bestuurder van de BV is een duidelijk agendapunt en geldt tevens als een redelijk belang van Woestduin. Aan de vereisten is dus voldaan, maar de rechter oordeelt dat een zwaarwegend belang van de vennootschap zich verzet tegen het geven van de machtiging.

In de beoordeling wordt betrokken dat Woestduin zelf om bemiddeling heeft gevraagd en dat deze nog loopt. Als er nu een ontslag van Y zou volgen dan doorkruist dit de bemiddeling. De rechter heeft bij het belang van de BV mede oog voor de familiebanden en de gevolgen die een ontslag van Y voor samenwerking binnen de BV zou hebben. Het verzoek van Woestduin wordt daarom afgewezen.

Wordt u geconfronteerd met onenigheid tussen aandeelhouders en bestuurders binnen ‘uw’ BV of heeft u daar vragen over? Vraag het aan Sebastiaan van Leeuwen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Sebastiaan van Leeuwen
Advocaat/bestuurder
Expertises: Ondernemingsrecht, Insolventierecht