Wel of geen pachtovereenkomst

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2016:5621) heeft geoordeeld dat de door partijen gemaakte afspraken niet leiden tot een pachtovereenkomst, omdat er geen sprake was van bedrijfsmatige landbouw. Bedrijfsmatige uitoefening van landbouw is een voorwaarde voor pacht.

Vergoeding voor gebruik

Y gebruikt een hoeve (boerderij) van X om paarden te fokken. Voor het gebruik van deze hoeve betaalt Y aan X een vergoeding. In financiële zin leverde het paardenfokken weinig op en niet is gebleken dat dit wel de bedoeling was. Y verdient zijn geld met (bijna fulltime) werkzaamheden elders.

De vraag is of het paarden fokken met een economisch oogmerk van meer dan ondergeschikte betekenis is, dan wel of het bedrijf van Y voldoet aan de vereisten van landbouwkundige exploitatie.

Oordeel van het gerechtshof

Het gerechtshof overwoog dat:

  • uit de feiten en omstandigheden volgt dat van landbouwkundige exploitatie van de hoeve geen sprake was.
  • uit de afspraken over het gebruik van de hoeve geen pachtovereenkomst kan volgen.

Uit deze uitspraak blijkt maar weer dat het bij de beoordeling of het gaat om pacht belangrijk is of aan de vereiste bedrijfsmatige landbouw is voldaan en dat de rechter dat beoordeelt aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval.

Geen pachtovereenkomst

Aanvankelijk leek deze zaak te gaan om een pachtovereenkomst. Er werd immers een onroerende zaak in gebruik gegeven, voor dit gebruik werd betaald en een paardenfokkerij valt te kwalificeren als agrarische activiteit. Omdat er echter geen serieus bedrijf werd geëxploiteerd, overwoog het gerechtshof dat er geen sprake was van bedrijfsmatige landbouw en dus geen pacht. Dat laatste is in het voordeel van X omdat de rechtspositie van pachters op grond van de wet beter wordt beschermd dan van huurders en de opbrengst van huur dikwijls hoger is dat van pacht.

– met dank aan mr. J.J. Dijkman –

Heeft u een vraag over dit artikel?

Martijn Langhout
Advocaat
Expertises: Vastgoedrecht