Wmo 2015

Op 1 januari 2015 is de Wmo 2015 in werking getreden. Gemeenten zijn vanaf die datum verantwoordelijk voor de participatie van mensen met een beperking en/of psychische of psychosociale problemen.

Recente ontwikkelingen

Gemeenten hebben inmiddels enkele maanden ervaring opgedaan met de Wmo 2015. Zij hebben nu een beter beeld van de uitwerkingen van de gewijzigde regelgeving. Bovendien krijgt de nieuwe wetgeving door rechterlijke uitspraken meer kader.

Financiële aspecten

Gemeenten hebben zorgen over de financiële aspecten van de Wmo 2015. Uit onderzoek van het Transitiebureau Wmo blijkt dat bijna driekwart van de gemeenten verwacht niet uit te zullen komen met het verleende budget. Dat betekent dat het kwantiteit en/of de kwaliteit van de voorzieningen zal dalen, of dat gemeenten voor de uitvoering van de Wmo 2015 geld moeten gebruiken dat eigenlijk voor andere doelen bestemd was.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft op 8 september 2015 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin de gemeenten ontwikkelingen toelichten en hun zorgen uiten over de voortgang van de hervormingen.

Jurisprudentie

Inmiddels zijn er meerdere rechtszaken gevoerd over de Wmo 2015, vooral over de verstrekking van huishoudelijke hulp. Uit de jurisprudentie blijkt dat gemeenten veel vrijheid hebben bij het vaststellen van beleid en het nemen van beslissingen. Rechters hebben wel benadrukt dat gemeenten bij iedere aanvraag zorgvuldig onderzoek moeten doen en de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager moeten meewegen.
De eerste uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, de hogerberoepsrechter in Wmo-zaken, worden pas in 2016 verwacht. De uitspraken van de CRvB zullen naar verwachting meer duidelijkheid scheppen over de kaders waarbinnen de gemeenten hun bevoegdheden moeten uitoefenen.

Uitleg taken en doelen Wmo 2015

De Wmo 2015 is ingevoerd naar aanleiding van maatschappelijke ontwikkelingen. Zorg wordt gedecentraliseerd, waardoor gemeenten verschillende nieuwe taken hebben.

Taken

Het kernwoord van de Wmo 2015 is ‘participatie’. De gemeente gaat primair uit van de zelfredzaamheid van burgers. Van burgers wordt verwacht dat zij eerst hulp zoeken in hun eigen sociale netwerk en pas daarna een beroep doen op de gemeente.
De taak van gemeenten is tweeledig: preventie en maatwerk. Preventief moeten gemeenten algemene maatregelen treffen om sociale samenhang, mantelzorg, vrijwilligerswerk en toegankelijkheid voor mensen met een beperking te bevorderen. De groep mensen die niet in staat is tot zelfredzaamheid en participatie, al dan niet met hulp van het sociale netwerk, moet door middel van maatwerkvoorzieningen worden ondersteund. Voor de uitvoering van deze voorzieningen sluiten gemeenten contracten met zorgaanbieders.

Doelen

Het primaire doel van de Wmo 2015 is het aanpassen van het zorgstelsel aan veranderende maatschappelijke eisen. De regering wil dat er meer solidariteit komt in de maatschappij en dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen functioneren en wonen. Preventieve maatregelen en collectieve ondersteuning moeten ervoor zorgen dat minder mensen afhankelijk zijn van gespecialiseerde zorg.
Een belangrijke aanleiding voor de Wmo 2015 is de stijging van de zorgkosten. Bezuiniging is daarom een tweede doel van de Wmo 2015. De gemeenten krijgen voor de zorgtaken dan ook minder financiële middelen tot hun beschikking dan voorheen voor deze zorgtaken werden ingezet.

SWDV Advocaten adviseert gemeenten over (beslissingen in het kader van) de Wmo 2015. Ook zorgaanbieders kunnen voor advies bij ons terecht.

Heeft u een vraag over dit artikel?