Bedrijfsbeëindiging

De MKB-ondernemer heeft meestal een eenmanszaak, een vennootschap onder firma (vof) of een besloten vennootschap (bv). De manier waarop het bedrijf beëindigd wordt, is afhankelijk van gekozen rechtsvorm.

Wij staan ondernemers bij indien zij hun bedrijf willen herstructureren of beëindigen. Als ondernemer kunt u onder andere bij ons terecht voor:

  • Aanpak bedrijfsbeëindiging
  • Hoe om te gaan met uw personeel
  • Herstructurering van uw onderneming

Hieronder leggen wij u uit wat het verschil per gekozen rechtsvorm is en welke (mogelijke) gevolgen een herstructurering of beëindiging heeft.

De eenmanszaak

Een eenmanszaak kan relatief eenvoudig beëindigd worden doordat de ondernemer besluit om met zijn onderneming te stoppen. Die beslissing hoeft niet aan wettelijke vereisten te voldoen, maar kan wel juridisch nadelige gevolgen hebben. Een van de belangrijkste gevolgen is dat na het staken van de onderneming de ondernemer ook met zijn privévermogen hoofdelijk aansprakelijk is en blijft voor de gemaakte schulden in de onderneming. Schuldeisers kunnen dus hun vorderingen verhalen op de ondernemer in privé. Daarom is het verstandig om bij restschulden te zoeken naar oplossingen, zoals het treffen van een regeling. Een regeling buiten de rechter wordt een buitengerechtelijk akkoord genoemd.

Als een regeling treffen niet lukt, kan met tussenkomst van de rechter een akkoord worden aangeboden om schuldenvrij te raken. Als de schuldeisers daarmee niet instemmen, kan de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) of het aanvragen van een eigen faillissement nog een oplossing bieden. Het verschil is dat het aanvragen van het eigen faillissement er niet toe leidt dat de ondernemer schuldenvrij wordt, terwijl het met goed gevolg doorlopen van de WSNP regeling dat wel doet.

De vennootschap onder firma (vof)

Een vof is een samenwerkingsvorm tussen verschillende vennoten. De vennoten kunnen natuurlijke personen, bv’s of een combinatie ervan zijn.

Het beëindigen van de vof gebeurt in ieder geval door de  samenwerking – al dan niet vastgelegd in een contract – te beëindigen. Dat gebeurt door opzegging of ontbinding. Het contract dat is gesloten bij het aangaan van de vof geeft meestal de regels voor de beëindiging. Na de beëindiging, zijn de oud vennoten in beginsel nog steeds hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schuld van de vof. De schuldeisers hoeven zich niets aan te trekken van eventuele onderlinge afspraken tussen de vennoten over een schuldenverdeling.

Net als bij de eenmanszaak, geldt ook voor de vof dat bij restschulden een (buitengerechtelijke) regeling kan worden getroffen of het eigen faillissement dan wel het WSNP-traject aangevraagd kan worden om schuldenvrij te raken.

De besloten vennootschap (bv)

Voor een besloten vennootschap gelden in tegenstelling tot een eenmanszaak of vof meerdere vormen van beëindiging. Dit komt door de samenstelling en kenmerken van deze rechtsvorm. Bij een bv kan er sprake zijn van faillissement of ontbinding.

Faillissement van een bv

Een bv kan alleen het eigen faillissement aanvragen als het bestuur daarvoor opdracht heeft gekregen van de aandeelhouder(s). Het bestuur kan dus niet zonder de instemming van de aandeelhouders besluiten om te stoppen met de onderneming.

Het faillissement kan ook aangevraagd worden door een schuldeiser. Een schuldeiser heeft natuurlijk niet de instemming van de aandeelhouders nodig, maar wel een steunvordering van een andere schuldeiser.

Na het einde van een faillissement bestaat de bv niet meer en zijn onbetaalde schulden in beginsel niet meer te verhalen. Dat kan anders zijn als het bestuur fouten heeft gemaakt en voor die fouten aansprakelijk is.

Ontbinding van een bv

De ontbinding van een bv is een exclusieve bevoegdheid van de aandeelhouders. Na een ontbinding is de afwikkeling afhankelijk van het al dan niet beschikbaar zijn van baten. Als er voldoende baten zijn, volgt vereffening en worden de baten verdeeld tussen de schuldeisers. Als blijkt dat er onvoldoende baten zijn moet aangifte gedaan worden van het faillissement, tenzij de schuldeisers instemmen met het voortzetten van de verdeling buiten faillissement.

Als er geen baten zijn op het moment van ontbinding houdt de rechtspersoon gewoon op te bestaan. De bestuurder van de rechtspersoon moet aan het handelsregister opgave doen van de ontbinding en het einde van de rechtspersoon.

Het gevaar bestaat er uit dat er achteraf baten blijken te zijn geweest op het moment van ontbinding. Het achterwege laten van de vereffening of de aanvraag van het faillissement kan dan als onrechtmatige daad van de bestuurder worden gekwalificeerd op grond waarvan hij aansprakelijk gesteld kan worden.

Neem contact op met onze Insolventie expert

mr. C.H. (Christian) Hartsuiker

Advocaat/bestuurder

Expertise: Insolventie