Uitstotingsverzoek? Het vennootschappelijk belang centraal

De Ondernemingskamer (OK) van het Gerechtshof Amsterdam heeft op 10 juli 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:1840) een uitstotingsverzoek afgewezen omdat het vennootschappelijk belang ontbrak. De uitspraak laat zien hoe bepalend het is welk belang wordt gediend met een beroep op de per 1 januari 2025 aangepaste wettelijke geschillenregeling (Wagevoe), zeker wanneer de vennootschap tijdens de procedure failliet gaat.

Lees verder

Inhoudsopgave

  1. Achtergrond
  2. Het juridisch kader bij uitstoting
  3. De verschuiving door het faillissement
  4. Eigen belang is geen criterium voor uitstoting
  5. En het enquêteverzoek?
  6. Wat als er geen faillissement was geweest?
  7. Hulp nodig bij een aandeelhoudersgeschil?

De Ondernemingskamer (OK) van het Gerechtshof Amsterdam heeft op 10 juli 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:1840) een uitstotingsverzoek afgewezen omdat het vennootschappelijk belang ontbrak. De uitspraak laat zien hoe bepalend het is welk belang wordt gediend met een beroep op de per 1 januari 2025 aangepaste wettelijke geschillenregeling (Wagevoe), zeker wanneer de vennootschap tijdens de procedure failliet gaat.

Achtergrond

Een man en vrouw exploiteerden via hun persoonlijke holdings een discotheek in Noordwijk (Club M). Na hun relatiebreuk verslechterde de samenwerking volledig. De vrouw verzocht de OK om de man als aandeelhouder te laten uitstoten en zijn aandelen aan haar te laten overdragen. Daarnaast vroeg zij (voorwaardelijk) om een enquête naar mogelijk wanbeleid. Terwijl de procedure liep, werd Club M failliet verklaard. De activiteiten werden gestaakt, het huurcontract van het pand (waarvan de man verhuurder was) eindigde en een curator nam de regie over. De vrouw zette de procedure desondanks voort.

Het juridisch kader bij uitstoting

Bij een uitstotingsverzoek geldt een strenge maatstaf: het moet gaan om gedragingen van een aandeelhouder die het belang van de vennootschap zodanig schaden dat voortzetting van zijn aandeelhouderschap niet kan worden geduld. De rechter maakt daarbij een belangenafweging tussen:

  • het belang van de vennootschap bij beëindiging van het aandeelhouderschap, en
  • het belang van de betrokken aandeelhouder om te mogen blijven.

Daarnaast geldt het algemene vereiste van artikel 3:303 BW: zonder voldoende belang komt niemand een rechtsvordering toe.

De verschuiving door het faillissement

Het faillissement bleek doorslaggevend. Volgens de OK werd het vennootschappelijk belang hierdoor sterk ingekleurd: dat belang lag uitsluitend nog in de eigen vereffening van de vennootschap. De curator verklaarde ter zitting dat het voor de afwikkeling geen verschil maakte wie aandeelhouder of bestuurder was.

Daarmee ontbrak het fundament onder het uitstotingsverzoek. Het beëindigen van het aandeelhouderschap van de man zou de boedelafwikkeling niet bevorderen en had voor de vennootschap geen praktisch nut meer. De OK concludeerde daarom dat onvoldoende was toegelicht dat het belang van Club M vereiste dat het aandeelhouderschap van de man werd beëindigd.

Heeft u vragen of heeft u advies nodig?

Vragen over ondernemingsrecht? Stel deze aan Jochem van der Zwan.

Eigen belang is geen criterium voor uitstoting

De uitspraak maakt ook duidelijk dat een uitstotingsverzoek niet kan worden gedragen door het persoonlijk belang van de verzoeker. De vrouw gaf ter zitting aan dat het haar vooral om ‘gerechtigheid’ te doen was en dat zij via een enquête mogelijke aansprakelijkheid van de man wilde onderzoeken. Juridisch is deze onderbouwing echter niet het relevante criterium bij een uitstoting. Dat zou anders zijn geweest wanneer de vrouw een verzoek om zelf te mogen uittreden had ingediend. Het wezenlijke verschil tussen een verzoek tot uittreding (ex art. 2:343 BW), en een verzoek tot uitstoting (ex art. 2:336a BW) ligt in het relevante belang: een uittredingsverzoek is gebaseerd op het eigen belang van de aandeelhouder, terwijl uitstoting uitsluitend kan worden gedragen door het belang van de vennootschap. Nu het belang van de vennootschap in faillissement beperkt was tot vereffening, ontbrak ook het vereiste procesbelang van de vrouw bij haar verzoek tot uitstoting van de man.

En het enquêteverzoek?

Het voorwaardelijke enquêteverzoek werd om vergelijkbare redenen afgewezen. Zolang de curator nog onderzoek doet naar de oorzaken van het faillissement, zag de OK geen toegevoegde waarde van een afzonderlijke enquête. Ook hier ontbrak een voldoende onderbouwd vennootschappelijk belang.

Wat als er geen faillissement was geweest?

Zonder faillissement had de beoordeling waarschijnlijk anders uitgepakt. Bij een actieve onderneming kan een onherstelbare impasse tussen aandeelhouders het vennootschappelijk belang wél raken. De geschillenregeling is immers bedoeld om destructieve conflicten te doorbreken en de continuïteit van de onderneming te waarborgen. In zo’n situatie had de OK kunnen onderzoeken of het voortduren van het gezamenlijke aandeelhouderschap de onderneming schaadde en of beëindiging (via uitstoting of via uittreding) noodzakelijk was om waarde te behouden. Nu de man echter als verhuurder van het pand een belangrijke commerciële band met de onderneming had, zou mogelijk een (concurrerend) uitstotingsverzoek van de man eerder voor de hand hebben gelegen.

Hulp nodig bij een aandeelhoudersgeschil?

Mocht u te maken krijgen met een aandeelhoudersgeschil of een verzoek tot uitstoting dan wel uittreding, dan staan de advocaten van SWDV u graag bij. Neem gerust contact met ons op voor een oriënterend gesprek.

Blijf op de hoogte van al het nieuws rondom onze expertises

Blijf op de hoogte van al het nieuws rondom onze expertises