Een demonstratie kan in bepaalde gevallen verboden worden

Katja Loggen-ten Hoopen van SWDV Advocaten is redacteur voor het tijdschrift Huurrecht. In haar artikelen bespreekt zij uitspraken over de huur van bedrijfsruimte.

Lees verder

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de laatste tijd al meerdere uitspraken gewezen over (de omvang van) het recht op demonstratie. In de uitspraak van gisteren, https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@152904/202202336-1-a3/, ging het over demonstraties die gepland waren op 21 juni 2020 en 28 juni 2020 op het Malieveld in Den Haag door de Stichting Viruswaarheid.nl, deze demonstraties waren gericht tegen de maatregelen van de regering rondom het coronavirus.

Hoewel de tijd van maatregelen vanwege het coronavirus gelukkig achter ons ligt, is dit toch een belangrijke uitspraak, waarin nogmaals uiteen wordt gezet wanneer een demonstratie verboden kan worden.

De voorzitter van de veiligheidsregio Haaglanden heeft de demonstraties op grond van artikel 5 van de Wet openbare manifestaties verboden ter bescherming van de volksgezondheid en ter voorkoming van wanordelijkheden. De demonstranten waren het daar niet mee eens en zijn tegen dat besluit in bezwaar gegaan. Nadat de demonstraten in bezwaar nul op het rekest kregen, gebeurde hetzelfde bij de rechtbank.

De Stichting heeft bij de Afdeling betoogd dat de voorzitter de demonstraties niet mocht verbieden. Hij zou ten onrechte een gewijzigd demonstratieregime hebben gehanteerd waar demonstraties te gemakkelijk worden verboden. De Afdeling gaat daar niet in mee. De voorzitter kon redelijkerwijs bepalen dat de in artikel 2 van de Wom genoemde belangen – de bescherming van de volksgezondheid en de voorkoming van wanordelijkheden – hier aan de orde waren. Het standpunt van de Stichting dat de voorzitter discriminerend heeft opgetreden door demonstraties tegen het coronabeleid als hoog risico in te schatten, volgt de Afdeling niet. Hierbij telt mee dat een eerdere demonstratie van de Stichting in wanordelijkheden is ontaard, met 425 arrestaties als gevolg. De voorzitter mocht hier voor zijn verbod van de demonstratie van 28 juni 2020 veel gewicht aan hechten. Verder kon de voorzitter zich volgens de Afdeling redelijkerwijs op het standpunt stellen dat bij de demonstraties de volksgezondheid in het geding was, omdat het niet mogelijk zou zijn voor de demonstranten om 1,5 m afstand te houden. De voorzitter mocht zich voor zijn oordeel dat de volksgezondheid in geding was baseren op het advies van deskundigen, waaronder het OMT. Het verbieden van de demonstraties was een noodzakelijk middel om de mogelijke wanordelijkheden en gevaren voor de volksgezondheid te voorkomen.

De Afdeling verklaart het beroep dan ook ongegrond.

Heeft u vragen of heeft u advies nodig?

Heeft u vragen over dit onderwerp, neem dan contact op met Katja Loggen-ten Hoopen. Of maak een belafspraak.

Zie voor meer uitspraken over het recht om te demonstreren de eerdere posts van Katja Loggen – ten Hoopen en Anita van den Berg:

Blijf op de hoogte van al het nieuws rondom onze expertises

Blijf op de hoogte van al het nieuws rondom onze expertises