Niet opnemen voorziening en (bestuurders)aansprakelijkheid

Dit artikel gaat over aansprakelijkheid van het bestuur, de commissaris, de aandeelhouder en de accountant van een B.V. Er werd jarenlang dividend uitgekeerd terwijl men geen rekening hield met een aanzienlijke claim van de Staat. Die claim moest uiteindelijk wel door de B.V. betaald worden. (RB Noord-Nederland 19 juli 2017 ECLI:NL:RBNNE:2017:2788).

Casus

De BV in kwestie werd in de jaren negentig geconfronteerd met een vordering wegens aansprakelijkheid voor schade als gevolg van bodemverontreiniging. Door de Staat is een procedure daarover uiteindelijk pas in 2003 gestart. Het door de B.V. behaalde resultaat wordt ondertussen jaarlijks steeds uitgekeerd aan de aandeelhouder. Daarbij wordt met de claim geen rekening gehouden, omdat deze wordt betwist door het bestuur van de B.V. Er volgt in 2005 een vonnis ingevolge waarvan de B.V. € 1.500.000 moet betalen aan de Staat. De B.V. gaat in hoger beroep, maar ook het Hof oordeelt (in 2011) dat de B.V. gehouden is de claim te betalen. De B.V. kan de vordering niet betalen en wordt begin 2012 op eigen aangifte failliet verklaard. De curator stelt de betrokkenen vervolgens aansprakelijk voor de schade.

Verplichte voorziening

Artikel 2:374 lid 1 BW bepaalt dat op de balans voorzieningen moeten worden opgenomen tegen naar hun aard duidelijk omschreven verplichtingen die op de balansdatum als waarschijnlijk of vaststaand worden beschouwd, maar waarvan niet bekend is in welke omvang of wanneer zij zullen ontstaan. De geldende richtlijnen (voor het opstellen van een jaarverslag) geven als voorwaarde daarbij dat de rechtspersoon een verplichting (in rechte afdwingbaar of feitelijk) heeft. Het moet verder waarschijnlijk zijn dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is en er moet een betrouwbare schatting kunnen worden gemaakt van de omvang van de verplichting. Uitgangspunt bij dit alles is dat het bestuur een zekere beoordelingsvrijheid toekomt.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van aansprakelijkheid. Volgens de rechtbank had – gelet op het voorgaande – vanaf 2005 op de balans een voorziening opgenomen moeten worden. Dit vanwege het vonnis dat toen gewezen is. Dat er hoger beroep is ingesteld maakt dit niet anders. Voor 2005 was de omvang en het risico redelijkerwijs niet te schatten. Als gevolg van de voorziening had de B.V. geen uitkeringen mogen doen. Niet alleen het (feitelijk) bestuur is aansprakelijk, maar ook de commissaris wordt aansprakelijk gehouden omdat hij onvoldoende toezicht heeft gehouden. Volgens de rechtbank is de enige aandeelhouder ook aansprakelijk omdat hij voor de dividenduitkeringen heeft gestemd. Opvallend is dat (zonder dat er een tuchtklacht is ingediend overigens) ook de accountant aansprakelijk geacht wordt. Er was sprake van een controleopdracht en de accountant die de jaarrekeningen controleerde had niet tot het oordeel mogen komen dat een voorziening achterwege kon blijven. Voor de accountant geldt dat er geen causaal verband tussen de aansprakelijkheid en de schade aangenomen wordt, dus die komt er (voorlopig) mee weg.

Wordt u geconfronteerd met bestuurdersaansprakelijkheid of heeft u vragen over uitkeringen aan aandeelhouders?  Vraag het aan Sebastiaan van Leeuwen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Sebastiaan van Leeuwen
Advocaat
Expertises: Ondernemingsrecht, Insolventierecht