Wetsvoorstel Wet Franchise

In Nederland zijn zo’n 825 franchiseformules actief. Deze formules hebben samen ruim 30.000 vestigingen, 326.700 banen en een jaarlijkse omzet van meer dan 30 miljard euro. Toch bevat de Nederlandse wetgeving voor franchise niet of nauwelijks specifieke regelingen.

De juridische machtsverhoudingen tussen de franchisegever en de franchisenemer zijn vaak ongelijk. Daarom hebben Mona Keijzer (staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat) en Sander Dekker (minister voor Rechtsbescherming) een wetsvoorstel ingediend om hier verandering in te brengen. Voor ondernemers die gebruik maken van franchise is het belangrijk om op de hoogte te zijn van deze mogelijke wijzigingen.

Franchisenemers zijn (individueel bezien) afhankelijker van de franchisegever dan andersom. Zij zijn daarom van nature terughoudend met hun kritiek en het stellen van eisen aan de franchisegever. In het wetsvoorstel ligt de nadruk op drie onderdelen. Deze onderdelen zijn belangrijk voor een gezonde verhouding tussen de franchisegever en de franchisenemer:

  1. De (precontractuele) uitwisseling van informatie
  2. Tussentijdse wijziging overeenkomst en overleg tussen franchisegever en franchisenemer
  3. Beëindiging van de franchiseovereenkomst

Aangezien dit de meest relevante onderdelen zijn, zullen hier enkele voorbeelden van worden geschetst

Uitwisseling van informatie

Franchisegever en franchisenemer dienen elkaar op basis van het wetsvoorstel van de noodzakelijke (financiële) informatie te voorzien waarvan zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat deze voor de ander van belang is of kan worden. Dit geldt zowel vóór als na het sluiten van de franchiseovereenkomst. Zo dient de franchisegever financiële gegevens met betrekking tot de beoogde locatie van de franchiseonderneming te verschaffen. Of dit ook betekent dat de franchisegever een prognose dient te verstrekken, is nog onduidelijk. De relevante informatie dient minimaal 4 weken voor het sluiten van de franchiseovereenkomst verstrekt te zijn.

Tussentijdse wijziging overeenkomst

Voor een wijziging van de franchiseovereenkomst die aanzienlijke gevolgen heeft voor de exploitatie door de franchisenemer, dient de franchisegever op basis van het wetsvoorstel instemming te hebben van 2/3 meerderheid van ‘het vertegenwoordigend orgaan van de franchisenemers’ indien deze aanwezig is of van de franchisenemer zelf. De franchiseovereenkomst kan daardoor niet meer eenzijdig worden gewijzigd. In de overeenkomst moeten partijen vastleggen dat er minimaal jaarlijks overleg plaatsvindt tussen franchisenemer en franchisegever. Je zou dus kunnen stellen dat de franchisenemer door het wetsvoorstel indirect medebeleidsbepaler wordt.

Beëindiging franchiseovereenkomst

Op basis van het wetsvoorstel moet de franchiseovereenkomst voorzien in een vergoeding voor opgebouwde goodwill die aan de franchisenemer is toe te rekenen. Dit is ter voorkoming van ongunstige verkoopvoorwaarden bij een eventuele verkoop van een franchisevestiging aan de franchisegever.

Verder mag een concurrentiebeding na beëindiging van de relatie met de franchisegever niet langer dan één jaar duren. Het ‘verboden gebied’ mag daarbij niet groter zijn dan het gebied waarin de franchisenemer actief mocht zijn op basis van de franchiseovereenkomst.

Conclusie

Het bovenstaande is slechts een greep uit de wijzigingen die het wetsvoorstel beoogt. Het wetsvoorstel zal bij inwerkingtreding verregaande juridische gevolgen hebben. Het is daarom voor franchisenemers en franchisegevers aan te raden om de ontwikkelingen goed in de gaten te houden en hierover vroegtijdig in overleg te gaan.

Wat betekenen deze veranderingen voor uw franchiseonderneming? SWDV houdt het wetgevingsproces nauwlettend in de gaten en helpt u graag op weg. Neem vrijblijvend contact op met ons Team Ondernemen.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Kees Kras
Advocaat
Expertises: Ondernemingsrecht, Aansprakelijkheidsrecht, Contractenrecht