Van Wob naar Woo

Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Suzanne van Thoor beschrijft hieronder de belangrijkste veranderingen onder de Woo.

Alle bestuursorganen op termijn verplicht tot actieve openbaarmaking aangewezen informatie

De grootste verandering en belangrijkste verandering onder de Woo, is dat alle bestuursorganen op termijn verplicht zijn tot actieve openbaarmaking van aangewezen informatie. In hoofdstuk 3 Woo is bepaald welke informatie, door welk bestuursorgaan en op welke termijn openbaar dient te worden gemaakt.

Wijzigingen bij openbaarmaking op verzoek, geen overgangsrecht

Voor wat betreft openbaarmaking op verzoek, is hoofdstuk 4 en 5 Woo van belang. De Woo voorziet niet in overgangsrecht met betrekking tot de bepalingen over openbaarmaking op verzoek. Derhalve zijn deze bepalingen van de Woo dan ook per 1 mei 2022 in werking getreden.

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen onder de Woo?

  • Een ieder kan een verzoek om publieke informatie richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf (art. 4.1 lid 1).
  • Een verzoek kan mondeling of schriftelijk worden ingediend en kan elektronisch worden verzonden op de door het bestuursorgaan aangegeven wijze (art. 4.1 lid 2).
  • Indien een verzoek om informatie te algemeen geformuleerd is, verzoekt het bestuursorgaan binnen twee weken na ontvangst van het verzoek de verzoeker om het verzoek te preciseren en is het de verzoeker daarbij behulpzaam (art. 4.1. lid 5).
  • Het bestuursorgaan kan besluiten een verzoek niet te behandelen, indien de verzoeker niet meewerkt aan een verzoek tot precisering (art. 4.1 lid 6).
  • Indien het verzoek betrekking heeft op informatie die op grond van enig wettelijk voorschrift bij het bestuursorgaan had behoren te berusten, vordert het bestuursorgaan de gevraagde informatie van degene die over de informatie beschikt (art. 4.2 lid 2). NB: ter handhaving van dit artikel is het bestuursorgaan bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom (art. 8.5).
  • De termijn voor het afhandelen van een verzoek wordt maximaal vier weken (art. 4.4 lid 1, met een mogelijke verlenging van twee weken (dat was vier weken) (art. 4.4 lid 2).
  • Indien een voldoende gespecificeerd verzoek zodanig omvangrijk is dat niet binnen de termijn van artikel 4.4. lid 1 kan worden beslist, treedt het bestuursorgaan voor het einde van de termijn in overleg met de verzoeker over de prioritering van de afhandeling van het verzoek (art. 4.2a).
  • Er is één nieuwe absolute weigeringsgrond toegevoegd: nationale identificatienummer (art. 5.1 lid 1 sub e).
  • Naast de bekende relatieve uitzonderingsgronden (art. 5.1 lid 2 sub a t/m e), zijn er vier nieuwe relatieve weigeringsgronden in artikel 5.1 lid 2 sub f t/m i toegevoegd:

    f. concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens die niet vertrouwelijk zijn medegedeeld;
    g. bescherming van het milieu waarop de informatie betrekking heeft;
    h. beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage;
    i. goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.
  • Belang van geadresseerde om als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie wordt tijdelijk (art. 5.1 lid 4). Dit was voorheen bepaald in artikel 10 lid 2 sub f Wob.
  • In uitzonderlijke gevallen kan openbaarmaking van andere informatie dan milieu-informatie achterwege blijven indien openbaarmaking onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang dan genoemd in het eerste of tweede lid (art. 5.1 lid 5).
  • Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan: ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter (art. 5.2);
  • Van informatie ouder dan vijf jaar is het uitgangspunt dat deze openbaar wordt gemaakt. Indien deze niet openbaar wordt gemaakt, geldt een verzwaarde motiveringsplicht (art. 5.3).

Meer weten over de Woo? Bij SWDV Advocaten helpen we u graag met uw vragen over de Wet open overheid en kunnen wij van dienst zijn bij Woo-verzoeken.

Heeft u een vraag over dit artikel?

Suzanne van Thoor
Advocaat
Expertises: Onderwijsrecht, Arbeidsrecht, Algemeen bestuursrecht